Proeflezen Erfenis

Hoofdstuk 1
Onrust

Met een licht bonzend hoofd en een diepe zucht drukt ze op de wekker. Voor de zoveelste keer vervloekt ze de uitvinder van dat onding.
“Het is verdorie nog niet eens licht, hoe verzinnen ze het.”
Tara stommelt naar de douche en draait de kraan open. Tot haar opluchting voelt ze de temperatuur van het water hoger worden. Gelukkig, warm water. In haar appartement is dat niet altijd het geval.
Hoewel het van alle gemakken, de staat ervan even buiten beschouwing gelaten, is voorzien moet ze de voorraad warm water delen met haar boven- en benedenburen.
Met een zuur lachje bedenkt ze dat ze liever een uurtje langer in bed had willen liggen maar de waardering voor het warme water groeit al snel terwijl ze een deel van het duffe gevoel met het water voelt wegstromen.
Ze was altijd een goede slaper geweest, nooit liggen woelen. De laatste weken was dat helaas anders.
Vreemde dromen, waarvan ze eigenlijk de volgende dag niet meer kon zeggen waar ze over gingen, lieten haar bijna elke ochtend met een niet-uitgerust gevoel wakker worden.
Inmiddels enigszins verkwikt, maant ze zichzelf tot een hoger tempo. Vandaag is het geen dag om te laat te komen, het is haar eerste werkdag en wil een goede indruk maken.
Haar kleding had ze klaargelegd, evenals haar lunch. Ze kon dan misschien weinig controle uitoefenen over haar nachtrust, de praktische dagelijkse zaken had ze stevig in de hand.
De zomer liep ten einde, maar voorlopig is de fiets nog een prima vervoermiddel. Het kantoor waar ze de komende maanden werkzaam zou zijn was niet al te ver. Twee straten en een park, al met al tien minuten fietsen.
Hoewel het baantje dat ze had gevonden niet veel voorstelde, een licht administratieve functie, voelde ze toch een beetje spanning.
Toen de koffiepauze aanbrak was ze daar helemaal overheen. Na een voorstelrondje langs een handvol nieuwe collega’s, bleek er een aardige stapel typewerk klaar te liggen waar ze haar energie in kwijt kon. De dag vliegt voorbij.
Na werktijd fietst ze door het park maar slaat af naar rechts, ze heeft beloofd bij een vriend te eten. Ze waren studiemaatjes geweest, en hij wilde natuurlijk alles weten van haar eerste werkdag.
Ze had Marco leren kennen op de eerste dag van haar studie economie. Hij was precies het type dat een stoffige boekhouder zou worden. Eigenlijk niet werelds of knap genoeg om hem een blik waardig te gunnen, maar hij had haar aan het lachen gekregen door zachtjes grapjes te maken over medestudenten die in haar ogen uit hetzelfde hout gesneden waren. Zijn stoffigheidsgehalte viel dus best mee, zijn intelligentie loog er niet om, maar zijn humor waardeerde ze het meest.
Marco woonde niet in een studentenwoning zoals zij maar bij een oom. Zijn oom was gescheiden, en had meteen woonruimte aangeboden zodra hij hoorde dat zijn neef in “zijn stad” ging studeren.
Tara was een beetje jaloers op die regeling. Het had haar een leuk bedrag per maand bespaard als zij bij een familielid in de stad had kunnen wonen.
Terwijl ze de achterdeur binnenstapt ziet ze meteen ook weer de voordelen van een eigen plekje. Marco’s oom is beveiligingsbeambte en zit met een net-uit-bed-look aan de keukentafel zijn koffie te drinken. In zijn pyjama, geen fraai gezicht. Even flitst de gedachte door haar hoofd dat hij toch wel de levende bevestiging was van het vrijgezellentype. De slonzige variant, dan wel te verstaan.
“Goedemiddag Bert, is het weer tijd voor een nachtdienstje?” begroet ze hem.
Bert gromt een soort begroeting.”Duidelijk ook opstartproblemen”, denkt ze en loopt door naar de kamer.
Aan zijn bureau gaat Marco helemaal op in een heftig computerspel. Het duurt even tot hij door heeft dat er iemand achter hem staat.
Juist toen ze zich bedacht op welke manier ze hem kon laten schrikken keek hij met een half oog achterom en viel bijna van zijn bureaustoel.
“Jeetje Tara! Je bezorgt me een hartaanval! Loop me niet te besluipen, heb je dat vandaag geleerd?”
Ze schiet in de lach om zijn verontwaardigde reactie. “Ja, daar heb ik de hele dag op geoefend.”
Hij moest ook lachen. “Jaja, ik hoor het al, het is dus nog saaier dan je dacht?”
“Nee, het viel ontzettend mee. Het werk is niet ingewikkeld: stapels papier, wat typewerk, wat cijfertjes… Maar er is voldoende om me bezig te houden.”
“Bovendien is het maar voor een paar maanden.” vervolgt ze.
“Ja, je hebt gelijk, jij hebt tenminste werk, ik heb juist weer twee afwijzingen binnengekregen.”
Kijkend naar de frons op zijn voorhoofd zoekt ze naar een bemoedigend woord.
Mannen als accountant of financieel adviseur is heel normaal, voor een tijdelijke administratieve functie worden er toch voornamelijk vrouwen aangenomen. Voor hem waarschijnlijk geen tussenbaantje.
Tara hoort de achterdeur. “Zegt hij het niet eens als hij weggaat?” mompelt ze.
Marco is al onderweg naar de provisiekast en hoort het niet. “We eten niets bijzonders hoor.” verontschuldigt hij zich.
Tara wil antwoorden dat ze geen hoge verwachtingen heeft, bedenkt echter net op tijd dat dat natuurlijk geen aardige opmerking is. Daarbij overtreft elke maaltijd van Marco nog altijd haar eigen pogingen dus volgt hem naar de keuken om toe te kijken hoe hij nog wat ingrediënten bij elkaar zoekt uit de koelkast.
Ongedwongen kletsend en etend vliegt de tijd voorbij.
Terwijl ze na een heerlijke avond de voordeur achter zich dicht doet neemt ze niet eens de moeite om het licht in de kamer aan te doen. Hoe eenvoudig het werk ook was geweest, de vele nieuwe indrukken en het gezellige kletsen met Marco hadden haar energievoorraad tot bijna nul leeggetrokken.

Ze schiet rechtop, gedesoriënteerd door het donker. Ze voelt haar hart bonzen. Wat was dit toch?
Achterover zakkend in haar kussen probeert ze te achterhalen waar ze over had gedroomd.
Het enige dat ze terug kon halen uit haar geheugen is een heuvelachtig landschap, beschenen door een opkomend voorjaarszonnetje. Niets dat ze zich kon herinneren verklaart het plotseling wakker schrikken, en het onaangename gevoel waar dat mee gepaard gaat.
Een blik op haar wekker leert haar dat ze nog drie uur te gaan heeft voor dat onding weer lawaai zou maken.
Opgelucht dat ze nog wat uurtjes zou kunnen slapen, en met het minder aangename besef dat uitgerust opstaan er weer niet in zou zitten die ochtend, draait ze zich resoluut om en zakt opnieuw in een verder droomloze slaap.

Twee weken heeft ze haar nieuwe ritme nu, en begint er zowaar een beetje aan te wennen.
Terwijl ze die ochtend de wekker uitdrukt, en vluchtig de tijd bekijkt, is ze van schrik klaarwakker. Acht uur?????
Over een kwartier moet ze al weg! Haar snoozeknop hevig vervloekend, springt ze onder de douche. Met lauwwarm water spoelt ze zich snel af en ze kleedt zich aan. Natuurlijk heeft ze deze dag niet haar kleren klaargelegd.
Ontbijt overslaand, en mopperend op alles dat ze in haar haast tegenkomt, rent ze de trap af. Juist op dat moment stapt haar benedenbuurvrouw ook de deur uit.
Ze kan haar niet ontwijken, en botst met volle vaart tegen haar aan. Ze struikelt ook al over haar woorden terwijl ze haar excuses aanbiedt en opkrabbelt.
“Sorry Roos, het spijt me. Ik keek niet uit. Alles ok? Ik moet rennen!”
Ze laat haar buurvrouw wat beduusd achter terwijl ze op haar fiets springt.
Op haar werk aangekomen neemt ze zich voor, om na werktijd haar excuses nogmaals, maar dan beter, aan te bieden.
Als ze ‘s avonds aanbelt bij Roos komt er geen reactie. ze bedenkt dat ze het later nog even weer kan proberen. Ze kent Roos niet zo heel erg goed, dus ze heeft geen flauw benul hoe laat ze normaal gesproken op maandag thuis komt. Een echt gesprek hadden ze nog nooit gehad, alleen een snelle groet in de hal. Tara heeft niet het gevoel dat het haar type is. Roos heeft een eigen stijl, een ratjetoe van kleur en stofjes. Heel anders dan haar eigen casual, bijna klassieke stijl. Eigenlijk weet ze niet eens wat Roos doet. Misschien studeert ze nog of werkt ze toch al. Misschien is ze wel sporten. Die gedachte verwerpt ze meteen. Hoewel Roos er best fit uitziet, is ze niet het sportieve type. Ze neemt zich voor het later opnieuw te proberen.
In haarzelf lachend bedenkt ze dat het contact met de buren al best lang was uitgesteld. Er kon nog wel een dagje bij.
Ze heeft ook een bovenbuurman, eigenlijk heeft ze hem al tijden niet gezien.
Mannen doen het niet zo goed bij Tara. Behalve Marco dan, maar die telt niet. Ze had heus wel eens een vriendje gehad, maar al snel blijken ze toch minder eerlijk dan op het eerste gezicht of zijn ze al snel uitgepraat en ronduit saai.
Ze is niet op zoek naar een relatie, vindt het wel prima. Mannen maken haar leven op dit moment te ingewikkeld, ze houdt van overzicht.
Tara treft Roos pas de volgende dag, terwijl ze terugkomt van haar werk.
Roos loopt juist met een boodschappentas het gebouw in.
“Roos, wacht even”, roept Tara haar na.
Haar buurvrouw kijkt verbaasd om, en houdt de deur open, zodat Tara haar fiets in de hal kan zetten.
“Hallo euh Tina?.. Het spijt me, ik weet je naam niet meer…”
“Zie je wel”, denkt Tara,”we leven in een andere wereld.”
“Tara is het. Ik wil mijn excuses nogmaals aanbieden voor mijn haast gisteren.”
Roos schiet in de lach. “Dat is niet nodig hoor! Iedereen heeft wel eens haast.”
“Ja, maar ik maak er geen gewoonte van om mensen omver te lopen”
“Dat viel erg mee hoor, ik schrok alleen een beetje.” Roos kijkt haar met een scheef lachje aan. “Ik heb net nieuwe thee gehaald, wil je ook een kopje?”
Tara struikelt bijna over haar fiets. Thee? “Klinkt heerlijk, dank je.”
Ze zet haar fiets in een doodlopend stukje van de hal en volgt Roos naar haar deur.
Kleurrijke Roos blijkt ook kleurrijk te leven. Tara weet niet waar ze het eerst of het laatst moet kijken.
Roos haar appartement staat vol met meubelstukken waarvan er geen één in dezelfde stijl thuishoort. Het enige dat alles toch als een geheel samensmeedt, zijn de warme kleuren: kussentjes, grand foulards, kaarsen en gordijnen.
Terwijl Roos haar boodschappen uitpakt in de keukenhoek, ziet Tara dat de inrichting minder lukraak bij elkaar gezocht is. Een beetje druk naar Tara’s smaak, maar ondanks alle verschillende stijlen en materialen is het toch één geheel. Best knap gedaan, complimenteert Tara haar in gedachten.
Ze weet niet zo goed wat ze moest zeggen, en zucht opgelucht als Roos haar vraagt welke smaak thee ze graag lust. “Ik heb een hele voorraad ingeslagen: brandnetel, kamille, rooibos, munt.”
Tara had willen antwoorden maar staat bij deze opsomming even met haar mond open terwijl ze denkt: Waaat? Brandnetel? Dat kun je toch zeker niet drinken?
“Doe maar munt.” kan ze uitbrengen. Daar heeft ze wel eens van gehoord, dat is waarschijnlijk wel te drinken.
Roos ziet haar reactie en glimlacht. “Ik heb ook wel gewone thee hoor.”
Tara lacht ook. “Dat lijkt me inderdaad lekkerder. Ik ben nogal saai als het op mijn thee aankomt.”
“Of waarschijnlijk in alles, in vergelijking met jou”, voegt ze er in gedachten aan toe.
Roos blijkt gemakkelijk een praatje te kunnen maken, en al gauw zitten ze op een bank waarin ze tussen een handvol kussens wegzakt. In een klein moment registreert ze de gezelligheid, terwijl ze van haar thee,uiteraard in verschillende en kleurrijke mokken, geniet. Zo zitten ze een tijdje te praten over studeren en werken.
Roos blijkt rechten te hebben gestudeerd, maar bij gebrek aan een passende baan nu te werken in een boekenwinkeltje in het centrum van de stad. Tara heeft er nog nooit van gehoord.
Die avond, veel later dan haar bedoeling, staat ze weer in haar eigen, bijna saaie, appartement. Even kijkt ze met vernieuwde blik naar haar inrichting, en is ze verbaasd over het gebrek aan kleur in haar eigen leven. Ze neemt zich voor om morgen maar een bloemetje te kopen. En misschien een leuke kaars ofzo.

Ze voelt een rilling. Haar dunne gewaad houdt een fris briesje amper tegen. Iemand geeft haar een kom. Ze drinkt en trekt een vies gezicht. “Bitter”, brengt ze uit, maar realiseert zich dat er geen geluid uit haar mond komt.
Ze staat op een heuvel, haar blote voeten in fris jong gras. Het gras is koud, nog nat van de dauw. “Of van regen”, schiet door haar hoofd. Het drankje heeft een rare uitwerking. Ze merkt dat ze loopt, in een mooie rechte lijn. Helemaal niet wat ze verwacht, met het straalbezopen gevoel dat ze had gekregen.
Gedachten dringen niet goed door, vaag is ze zich bewust van de aanwezigheid van anderen. Haar lichaam reageert niet als ze wil omkijken.
Ze knielt neer voor een steen met een kaars en een paar bosjes bladeren. Haar onderbewustzijn vuurt een salvo van vragen op haar af: waar? wat? waarom? wie?
Tara schrikt wakker en zit meteen rechtop. Ze zweet, het inmiddels bekende onrustige gevoel waarmee ze al weken wakker wordt heeft ze nu ook. De droom was echter anders. Nee, toch niet. Het had vertrouwd aangevoeld.
Ze durft bijna niet op de wekker te kijken. Ze kijkt toch, 3:26 uur. Kreunend laat ze zich weer achterover zakken in haar kussen.
Waar was ze geweest? Was zij het wel? Waarom was de droom anders?
Ze spreekt zichzelf streng toe: “Kom op, het was maar een droom. Ga slapen.”
De rest van de nacht ligt ze toch onrustig te draaien, en het brakke gevoel de volgende ochtend doet haar in gedachten een zuur grapje maken. Het dronken gevoel in haar droom heeft een hele echte kater achtergelaten.
Op haar werk kan ze het wazige gevoel niet kwijtraken. Na 4 koppen koffie voelt ze zich nog net zo duf als toen de wekker ging.
Zelfs haar collegaatje valt het op Ze bemoeit zich normaal nooit met haar werk, maar wees haar tot twee keer toe op een stomme fout.
“Kop erbij Tara”, moppert ze op zichzelf.
Ze kan niet wachten tot de dag voorbij is. De behoefte aan rust is groot. Ze heeft met Marco afgesproken naar de bioscoop te gaan, maar kan zich inmiddels wel wat leukers voorstellen. Een groot indrukwekkend scherm met veel lawaai aan haar hoofd is niet wat ze nu het liefst zou doen. Aan de andere kant, met Marco is het altijd leuk.
Van haar werk rijdt ze bijna gewoon naar huis. Net op tijd draait ze het stuur van haar fiets, waardoor ze bijna een koprol over het stuur maakt. Gefrustreerd komt ze bij Marco aan, een humeur ver beneden peil.
Het duurt maar drie tellen voordat Marco doorheeft hoe het ervoor staat. Erg omzichtig probeert hij te peilen wat voor eten ze graag zou willen hebben. Tara voelt haar boze gevoel een beetje wegebben als ze ziet hoe hij zich in bochten wringt. Hij doet ontzettend zijn best om haar niet verder te irriteren.
“Kies jij maar”, glimlacht ze. Hij kijkt haar verdwaasd aan. “Vrouwen..”, mompelt hij.
De film blijkt een stuk minder leuk dan de aanplakbiljetten doen geloven. Een drankje drinken na afloop slaat ze af, slaap inhalen is belangrijker dan praten. Nog zo’n dag waarin ze geen grip op alles heeft zou ze niet aankunnen.
Ze neemt zich voor de volgende keer leuker gezelschap te zijn, en belooft Marco, met een kus op zijn wang, dat ze hem snel zal bellen voor het hoognodige bijkletsen.
Tijdens de pauze had ze even overwogen hem te vertellen over de bijzondere dromen. Ze wil hem eigenlijk ook niet opzadelen met iets waar ze zelf geen snars van snapt. Veel geschikte momenten voor zo’n gesprek waren er ook eigenlijk niet geweest. Daarbij is Marco niet bepaald een zorgzaam type, hij zou vast niet begrijpen waarom het haar zo bezig houdt.
De volgende dag, na een redelijke nachtrust, vindt ze op haar werk even een moment voor zichzelf. Ze begint op internet te zoeken naar dromen en betekenissen. Er is onvoldoende tijd om er dieper op in te gaan, maar uit wat ze tot nu toe had gelezen bleek dat herhalende dromen, zoals zij ze had, niet erg standaard waren.
Als er kruiden in dromen voorkomen blijkt dat er op te wijzen dat er veel meer verrassingen zijn in het leven.
“Goh, zou het?”, mompelt ze, terwijl ze de site maar weer afslui. Tijd om de rest van de offertes uit te typen.
Ze krijgt een uurtje eerder vrij om een kadootje te kopen voor een jarige collega. Ze kent haar niet goed, dus ze is erg blij met een briefje waarop staat wat ze zou moeten kopen.
Ze fietst naar het centrum en zet haar fiets stevig vast met een hangslot tegen een lantaarnpaal. Het adres op haar briefje zegt haar niet veel, maar na wat zoekwerk vindt ze het toch. Een piepklein smal geveltje, erg gemakkelijk om over het hoofd zien. Van de buitenkant ziet het er wat donker uit, binnen blijkt het wel mee te vallen.
Het lijkt een soort kadowinkeltje. Een stelling met wenskaarten, beeldjes en kaarsen ziet ze als eerst. Opeens ruikt ze een bijzondere geur. Ze weet niet wat het is, maar wel precies waar ze het van kende: het was een geur uit haar droom!
Ze kijkt nog even om zich heen terwijl ze het opkomende gevoel van paniek probeert te onderdrukken.
“Niet aanstellen Tara, er is hier niets bijzonders”
De geur lijkt sterker te worden, en ze kan zich niet langer beheersen. Ze rent bijna de straat op, zo vlug als haar knikkende knieën het toelaten. Als in een roes fietst ze naar huis. Pas bij als ze de deur van haar appartement achter zich sluit, komt ze pas weer enigszins bij zinnen.
“Wat was dat in hemelsnaam?”
Ze betrapt zichzelf erop dat ze steeds vaker hardop tegen zichzelf praat, en maakt een mentale notitie dat niet meer te doen.
Ze probeert zich stap voor stap te herinneren wat er zojuist is gebeurd.
Ze was de winkel in gestapt, had vooraan kaartjes gezien, een vitrine met beeldjes, een rek met sieraden en aan de andere kant een wand met kaarsen en kandelaars. Toen ze bij de toonbank in de buurt was gekomen was de geur ineens sterker geworden. Ze had het niet herkend, tenminste, wel dat ze het kende uit haar droom, maar ze wist niet wat het voor geur was.
Verder achterin had ze wat boeken gezien en daarachter nog een ruimte, de winkel was blijkbaar groter dan de voorkant deed vermoeden. Niets in haar herinneringen verklaart haar gevoel in de winkel.
Gefrustreerd gaat ze opnieuw stap voor stap door de gebeurtenissen. waarom was ze in paniek geraakt? De geur had haar hetzelfde gevoel gegeven als in haar droom. Onheilspellend was niet het juiste woord, maar wel het gevoel dat er iets in gang gezet was, dat ze moest doorlopen. Of ze nu wil of niet.
Ineens schiet ze omhoog uit haar overpeinzingen. Het kado! Ze heeft nog niks gekocht! Hoe moet ze dat oplossen?
Ze kijkt op haar klok, nog geen sluitingstijd. Ze zal opnieuw moeten gaan…

Staand voor de winkel raapt ze alle moed bijeen. Ze ademt diep in, verzekerd zichzelf er nogmaals van dat het een doodgewone winkel is, en stapt naar binnen. De bijzondere geur vult meteen haar neus. Het is deze keer gelukkig niet zo sterk. Ze blijft even staan om alles tot haar door te laten dringen. Geen duizelingen, geen beklemmend gevoel. Nog één keer haalt ze diep adem en loopt verder.
Ze kijkt nog eens op haar briefje en stapt naar de eerste boekenkast. Ze gaat op zoek naar een boekje over het sterrebeeld weegschaal. Tot haar verbazing is de hele kast gevuld met boeken over astrologie.
Zolang ze zich kan herinneren heeft Tara het altijd al onzin gevonden. Dat het moment waarop je geboren was typerende eigenschappen met zich mee zou brengen vindt ze bespottelijk. Ze is van mening dat iemands genen, en dat wat je meemaakt in je leven, je vormt. En niet een sterrebeeld ergens op weet-ik-hoeveel-miljoenen-kilometers afstand.
“Kan ik u misschien ergens mee helpen”, klinkt achter haar.
Ze draait zich om en wil juist zeggen: “Nee dank u, ik geloof dat ik het heb gevonden.” Halverwege haar draai slikt ze haar woorden in. “Roos?”
“Hey Tara, dat is leuk!”
Het kwartje valt: boekenwinkel, natuurlijk! Dit is Roos haar boekenwinkel, of tenminste, die waar ze werkt.
Terwijl ze zich dit realiseert, ziet ze het achterste gedeelte van de winkel ook beter. Inderdaad, allemaal boeken. Eigenlijk is alleen het voorste stuk gevuld met kadoartikelen. Stom dat ze dat niet eerder heeft gezien.
“Euh, ik zocht een boek, het is een kadootje. Ik geloof dat ik het al heb gevonden.”
Roos werpt een blik van haar briefje naar het boek. “Ja, dat is het. Is dat een verlanglijstje?”
“Gelukkig wel, anders had ik nooit een boek gevonden”, lacht Tara.
Roos houdt haar hoofd een beetje scheef, “Het is helemaal niet zo’n goed boek, erg algemeen. Maar als dit is wat hij of zij graag wil..”
Terwijl ze naar de kassa loopt geeft Tara toe aan een impuls. “Roos, heb je ook boeken over dromen?”
Verrast kijkt Roos haar aan. “Dromen? Jazeker. Je bedoelt de betekenis?”
“Ja, of is dat ingewikkeld om uit te zoeken?”
“Ik heb er verschillende, ze staan achter.”
Ze loopt alvast naar het achterste gedeelte van de winkel.
Ineens wordt de bijzondere geur weer sterker. Tara aarzelt.
Roos kijkt achterom waar ze blijft. “Alles goed Tara? Je ziet wat bleek”
“Euh, ja” weifelt ze.
“Gaat het goed met je?”
Tara besluit het te vragen. “Wat is dat voor geur?”
“Vind je het niet lekker? Dat is salie. Zo nu en dan zuiveren we de lucht.” Ze maakt er losjes een wapperende beweging bij.
“Ik word er een beetje misselijk van”, zegt ze.
Roos loopt terug naar haar. “Dat is vervelend, ik zal Michaela vragen het niet meer onder openingstijden te gebruiken. Het is wel een bijzondere geur, daar heb je gelijk in.”
“Ik kijk later wel even voor dat boek, ik wil deze wel graag afrekenen.”
“Ja, natuurlijk. Ik heb thuis volgens mij ook nog wel een boek over dromen. Ik zal het voor je zoeken, dan mag je dat wel lenen.”
Opgelucht dat haar missie uiteindelijk toch geslaagd is en vol nieuwe vragen over salie en haar droom, is Tara blij dat ze uiteindelijk gewoon weer naar huis kan fietsen.

3 thoughts on “Proeflezen Erfenis

  1. Ik vind het mooi geschreven. Ben erg benieuwd hoe het verder afloopt, dus ik heb me aangemeld om je te volgen. Succes, je leest erg lekker.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s