Erfenis

Hoofdstuk 1
Onrust

Met een licht bonzend hoofd en een diepe zucht drukt ze op de wekker. Voor de zoveelste keer vervloekt ze de uitvinder van dat onding.
“Het is verdorie nog niet eens licht, hoe verzinnen ze het.”
Tara stommelt naar de douche en draait de kraan open. Tot haar opluchting voelt ze de temperatuur van het water hoger worden. Gelukkig, warm water. In haar appartement is dat niet altijd het geval.
Hoewel het van alle gemakken, de staat ervan even buiten beschouwing gelaten, is voorzien moet ze de voorraad warm water delen met haar boven- en benedenburen.
Met een zuur lachje bedenkt ze dat ze liever een uurtje langer in bed had willen liggen maar de waardering voor het warme water groeit al snel terwijl ze een deel van het duffe gevoel met het water voelt wegstromen.
Ze was altijd een goede slaper geweest, nooit liggen woelen. De laatste weken was dat helaas anders.
Vreemde dromen, waarvan ze eigenlijk de volgende dag niet meer kon zeggen waar ze over gingen, lieten haar bijna elke ochtend met een niet-uitgerust gevoel wakker worden.
Inmiddels enigszins verkwikt, maant ze zichzelf tot een hoger tempo. Vandaag is het geen dag om te laat te komen, het is haar eerste werkdag en wil een goede indruk maken.
Haar kleding had ze klaargelegd, evenals haar lunch. Ze kon dan misschien weinig controle uitoefenen over haar nachtrust, de praktische dagelijkse zaken had ze stevig in de hand.
De zomer liep ten einde, maar voorlopig is de fiets nog een prima vervoermiddel. Het kantoor waar ze de komende maanden werkzaam zou zijn was niet al te ver. Twee straten en een park, al met al tien minuten fietsen.
Hoewel het baantje dat ze had gevonden niet veel voorstelde, een licht administratieve functie, voelde ze toch een beetje spanning.
Toen de koffiepauze aanbrak was ze daar helemaal overheen. Na een voorstelrondje langs een handvol nieuwe collega’s, bleek er een aardige stapel typewerk klaar te liggen waar ze haar energie in kwijt kon. De dag vliegt voorbij.
Na werktijd fietst ze door het park maar slaat af naar rechts, ze heeft beloofd bij een vriend te eten. Ze waren studiemaatjes geweest, en hij wilde natuurlijk alles weten van haar eerste werkdag.
Ze had Marco leren kennen op de eerste dag van haar studie economie. Hij was precies het type dat een stoffige boekhouder zou worden. Eigenlijk niet werelds of knap genoeg om hem een blik waardig te gunnen, maar hij had haar aan het lachen gekregen door zachtjes grapjes te maken over medestudenten die in haar ogen uit hetzelfde hout gesneden waren. Zijn stoffigheidsgehalte viel dus best mee, zijn intelligentie loog er niet om, maar zijn humor waardeerde ze het meest.
Marco woonde niet in een studentenwoning zoals zij maar bij een oom. Zijn oom was gescheiden, en had meteen woonruimte aangeboden zodra hij hoorde dat zijn neef in “zijn stad” ging studeren.
Tara was een beetje jaloers op die regeling. Het had haar een leuk bedrag per maand bespaard als zij bij een familielid in de stad had kunnen wonen.
Terwijl ze de achterdeur binnenstapt ziet ze meteen ook weer de voordelen van een eigen plekje. Marco’s oom is beveiligingsbeambte en zit met een net-uit-bed-look aan de keukentafel zijn koffie te drinken. In zijn pyjama, geen fraai gezicht. Even flitst de gedachte door haar hoofd dat hij toch wel de levende bevestiging was van het vrijgezellentype. De slonzige variant, dan wel te verstaan.
“Goedemiddag Bert, is het weer tijd voor een nachtdienstje?” begroet ze hem.
Bert gromt een soort begroeting.”Duidelijk ook opstartproblemen”, denkt ze en loopt door naar de kamer.
Aan zijn bureau gaat Marco helemaal op in een heftig computerspel. Het duurt even tot hij door heeft dat er iemand achter hem staat.
Juist toen ze zich bedacht op welke manier ze hem kon laten schrikken keek hij met een half oog achterom en viel bijna van zijn bureaustoel.
“Jeetje Tara! Je bezorgt me een hartaanval! Loop me niet te besluipen, heb je dat vandaag geleerd?”
Ze schiet in de lach om zijn verontwaardigde reactie. “Ja, daar heb ik de hele dag op geoefend.”
Hij moest ook lachen. “Jaja, ik hoor het al, het is dus nog saaier dan je dacht?”
“Nee, het viel ontzettend mee. Het werk is niet ingewikkeld: stapels papier, wat typewerk, wat cijfertjes… Maar er is voldoende om me bezig te houden.”
“Bovendien is het maar voor een paar maanden.” vervolgt ze.
“Ja, je hebt gelijk, jij hebt tenminste werk, ik heb juist weer twee afwijzingen binnengekregen.”
Kijkend naar de frons op zijn voorhoofd zoekt ze naar een bemoedigend woord.
Mannen als accountant of financieel adviseur is heel normaal, voor een tijdelijke administratieve functie worden er toch voornamelijk vrouwen aangenomen. Voor hem waarschijnlijk geen tussenbaantje.
Tara hoort de achterdeur. “Zegt hij het niet eens als hij weggaat?” mompelt ze.
Marco is al onderweg naar de provisiekast en hoort het niet. “We eten niets bijzonders hoor.” verontschuldigt hij zich.
Tara wil antwoorden dat ze geen hoge verwachtingen heeft, bedenkt echter net op tijd dat dat natuurlijk geen aardige opmerking is. Daarbij overtreft elke maaltijd van Marco nog altijd haar eigen pogingen dus volgt hem naar de keuken om toe te kijken hoe hij nog wat ingrediënten bij elkaar zoekt uit de koelkast.
Ongedwongen kletsend en etend vliegt de tijd voorbij.
Terwijl ze na een heerlijke avond de voordeur achter zich dicht doet neemt ze niet eens de moeite om het licht in de kamer aan te doen. Hoe eenvoudig het werk ook was geweest, de vele nieuwe indrukken en het gezellige kletsen met Marco hadden haar energievoorraad tot bijna nul leeggetrokken.

Ze schiet rechtop, gedesoriënteerd door het donker. Ze voelt haar hart bonzen. Wat was dit toch?
Achterover zakkend in haar kussen probeert ze te achterhalen waar ze over had gedroomd.
Het enige dat ze terug kon halen uit haar geheugen is een heuvelachtig landschap, beschenen door een opkomend voorjaarszonnetje. Niets dat ze zich kon herinneren verklaart het plotseling wakker schrikken, en het onaangename gevoel waar dat mee gepaard gaat.
Een blik op haar wekker leert haar dat ze nog drie uur te gaan heeft voor dat onding weer lawaai zou maken.
Opgelucht dat ze nog wat uurtjes zou kunnen slapen, en met het minder aangename besef dat uitgerust opstaan er weer niet in zou zitten die ochtend, draait ze zich resoluut om en zakt opnieuw in een verder droomloze slaap.

Twee weken heeft ze haar nieuwe ritme nu, en begint er zowaar een beetje aan te wennen.
Terwijl ze die ochtend de wekker uitdrukt, en vluchtig de tijd bekijkt, is ze van schrik klaarwakker. Acht uur?????
Over een kwartier moet ze al weg! Haar snoozeknop hevig vervloekend, springt ze onder de douche. Met lauwwarm water spoelt ze zich snel af en ze kleedt zich aan. Natuurlijk heeft ze deze dag niet haar kleren klaargelegd.
Ontbijt overslaand, en mopperend op alles dat ze in haar haast tegenkomt, rent ze de trap af. Juist op dat moment stapt haar benedenbuurvrouw ook de deur uit.
Ze kan haar niet ontwijken, en botst met volle vaart tegen haar aan. Ze struikelt ook al over haar woorden terwijl ze haar excuses aanbiedt en opkrabbelt.
“Sorry Roos, het spijt me. Ik keek niet uit. Alles ok? Ik moet rennen!”
Ze laat haar buurvrouw wat beduusd achter terwijl ze op haar fiets springt.
Op haar werk aangekomen neemt ze zich voor, om na werktijd haar excuses nogmaals, maar dan beter, aan te bieden.
Als ze ‘s avonds aanbelt bij Roos komt er geen reactie. ze bedenkt dat ze het later nog even weer kan proberen. Ze kent Roos niet zo heel erg goed, dus ze heeft geen flauw benul hoe laat ze normaal gesproken op maandag thuis komt. Een echt gesprek hadden ze nog nooit gehad, alleen een snelle groet in de hal. Tara heeft niet het gevoel dat het haar type is. Roos heeft een eigen stijl, een ratjetoe van kleur en stofjes. Heel anders dan haar eigen casual, bijna klassieke stijl. Eigenlijk weet ze niet eens wat Roos doet. Misschien studeert ze nog of werkt ze toch al. Misschien is ze wel sporten. Die gedachte verwerpt ze meteen. Hoewel Roos er best fit uitziet, is ze niet het sportieve type. Ze neemt zich voor het later opnieuw te proberen.
In haarzelf lachend bedenkt ze dat het contact met de buren al best lang was uitgesteld. Er kon nog wel een dagje bij.
Ze heeft ook een bovenbuurman, eigenlijk heeft ze hem al tijden niet gezien.
Mannen doen het niet zo goed bij Tara. Behalve Marco dan, maar die telt niet. Ze had heus wel eens een vriendje gehad, maar al snel blijken ze toch minder eerlijk dan op het eerste gezicht of zijn ze al snel uitgepraat en ronduit saai.
Ze is niet op zoek naar een relatie, vindt het wel prima. Mannen maken haar leven op dit moment te ingewikkeld, ze houdt van overzicht.
Tara treft Roos pas de volgende dag, terwijl ze terugkomt van haar werk.
Roos loopt juist met een boodschappentas het gebouw in.
“Roos, wacht even”, roept Tara haar na.
Haar buurvrouw kijkt verbaasd om, en houdt de deur open, zodat Tara haar fiets in de hal kan zetten.
“Hallo euh Tina?.. Het spijt me, ik weet je naam niet meer…”
“Zie je wel”, denkt Tara,”we leven in een andere wereld.”
“Tara is het. Ik wil mijn excuses nogmaals aanbieden voor mijn haast gisteren.”
Roos schiet in de lach. “Dat is niet nodig hoor! Iedereen heeft wel eens haast.”
“Ja, maar ik maak er geen gewoonte van om mensen omver te lopen”
“Dat viel erg mee hoor, ik schrok alleen een beetje.” Roos kijkt haar met een scheef lachje aan. “Ik heb net nieuwe thee gehaald, wil je ook een kopje?”
Tara struikelt bijna over haar fiets. Thee? “Klinkt heerlijk, dank je.”
Ze zet haar fiets in een doodlopend stukje van de hal en volgt Roos naar haar deur.
Kleurrijke Roos blijkt ook kleurrijk te leven. Tara weet niet waar ze het eerst of het laatst moet kijken.
Roos haar appartement staat vol met meubelstukken waarvan er geen één in dezelfde stijl thuishoort. Het enige dat alles toch als een geheel samensmeedt, zijn de warme kleuren: kussentjes, grand foulards, kaarsen en gordijnen.
Terwijl Roos haar boodschappen uitpakt in de keukenhoek, ziet Tara dat de inrichting minder lukraak bij elkaar gezocht is. Een beetje druk naar Tara’s smaak, maar ondanks alle verschillende stijlen en materialen is het toch één geheel. Best knap gedaan, complimenteert Tara haar in gedachten.
Ze weet niet zo goed wat ze moest zeggen, en zucht opgelucht als Roos haar vraagt welke smaak thee ze graag lust. “Ik heb een hele voorraad ingeslagen: brandnetel, kamille, rooibos, munt.”
Tara had willen antwoorden maar staat bij deze opsomming even met haar mond open terwijl ze denkt: Waaat? Brandnetel? Dat kun je toch zeker niet drinken?
“Doe maar munt.” kan ze uitbrengen. Daar heeft ze wel eens van gehoord, dat is waarschijnlijk wel te drinken.
Roos ziet haar reactie en glimlacht. “Ik heb ook wel gewone thee hoor.”
Tara lacht ook. “Dat lijkt me inderdaad lekkerder. Ik ben nogal saai als het op mijn thee aankomt.”
“Of waarschijnlijk in alles, in vergelijking met jou”, voegt ze er in gedachten aan toe.
Roos blijkt gemakkelijk een praatje te kunnen maken, en al gauw zitten ze op een bank waarin ze tussen een handvol kussens wegzakt. In een klein moment registreert ze de gezelligheid, terwijl ze van haar thee,uiteraard in verschillende en kleurrijke mokken, geniet. Zo zitten ze een tijdje te praten over studeren en werken.
Roos blijkt rechten te hebben gestudeerd, maar bij gebrek aan een passende baan nu te werken in een boekenwinkeltje in het centrum van de stad. Tara heeft er nog nooit van gehoord.
Die avond, veel later dan haar bedoeling, staat ze weer in haar eigen, bijna saaie, appartement. Even kijkt ze met vernieuwde blik naar haar inrichting, en is ze verbaasd over het gebrek aan kleur in haar eigen leven. Ze neemt zich voor om morgen maar een bloemetje te kopen. En misschien een leuke kaars ofzo.

Ze voelt een rilling. Haar dunne gewaad houdt een fris briesje amper tegen. Iemand geeft haar een kom. Ze drinkt en trekt een vies gezicht. “Bitter”, brengt ze uit, maar realiseert zich dat er geen geluid uit haar mond komt.
Ze staat op een heuvel, haar blote voeten in fris jong gras. Het gras is koud, nog nat van de dauw. “Of van regen”, schiet door haar hoofd. Het drankje heeft een rare uitwerking. Ze merkt dat ze loopt, in een mooie rechte lijn. Helemaal niet wat ze verwacht, met het straalbezopen gevoel dat ze had gekregen.
Gedachten dringen niet goed door, vaag is ze zich bewust van de aanwezigheid van anderen. Haar lichaam reageert niet als ze wil omkijken.
Ze knielt neer voor een steen met een kaars en een paar bosjes bladeren. Haar onderbewustzijn vuurt een salvo van vragen op haar af: waar? wat? waarom? wie?
Tara schrikt wakker en zit meteen rechtop. Ze zweet, het inmiddels bekende onrustige gevoel waarmee ze al weken wakker wordt heeft ze nu ook. De droom was echter anders. Nee, toch niet. Het had vertrouwd aangevoeld.
Ze durft bijna niet op de wekker te kijken. Ze kijkt toch, 3:26 uur. Kreunend laat ze zich weer achterover zakken in haar kussen.
Waar was ze geweest? Was zij het wel? Waarom was de droom anders?
Ze spreekt zichzelf streng toe: “Kom op, het was maar een droom. Ga slapen.”
De rest van de nacht ligt ze toch onrustig te draaien, en het brakke gevoel de volgende ochtend doet haar in gedachten een zuur grapje maken. Het dronken gevoel in haar droom heeft een hele echte kater achtergelaten.
Op haar werk kan ze het wazige gevoel niet kwijtraken. Na 4 koppen koffie voelt ze zich nog net zo duf als toen de wekker ging.
Zelfs haar collegaatje valt het op Ze bemoeit zich normaal nooit met haar werk, maar wees haar tot twee keer toe op een stomme fout.
“Kop erbij Tara”, moppert ze op zichzelf.
Ze kan niet wachten tot de dag voorbij is. De behoefte aan rust is groot. Ze heeft met Marco afgesproken naar de bioscoop te gaan, maar kan zich inmiddels wel wat leukers voorstellen. Een groot indrukwekkend scherm met veel lawaai aan haar hoofd is niet wat ze nu het liefst zou doen. Aan de andere kant, met Marco is het altijd leuk.
Van haar werk rijdt ze bijna gewoon naar huis. Net op tijd draait ze het stuur van haar fiets, waardoor ze bijna een koprol over het stuur maakt. Gefrustreerd komt ze bij Marco aan, een humeur ver beneden peil.
Het duurt maar drie tellen voordat Marco doorheeft hoe het ervoor staat. Erg omzichtig probeert hij te peilen wat voor eten ze graag zou willen hebben. Tara voelt haar boze gevoel een beetje wegebben als ze ziet hoe hij zich in bochten wringt. Hij doet ontzettend zijn best om haar niet verder te irriteren.
“Kies jij maar”, glimlacht ze. Hij kijkt haar verdwaasd aan. “Vrouwen..”, mompelt hij.
De film blijkt een stuk minder leuk dan de aanplakbiljetten doen geloven. Een drankje drinken na afloop slaat ze af, slaap inhalen is belangrijker dan praten. Nog zo’n dag waarin ze geen grip op alles heeft zou ze niet aankunnen.
Ze neemt zich voor de volgende keer leuker gezelschap te zijn, en belooft Marco, met een kus op zijn wang, dat ze hem snel zal bellen voor het hoognodige bijkletsen.
Tijdens de pauze had ze even overwogen hem te vertellen over de bijzondere dromen. Ze wil hem eigenlijk ook niet opzadelen met iets waar ze zelf geen snars van snapt. Veel geschikte momenten voor zo’n gesprek waren er ook eigenlijk niet geweest. Daarbij is Marco niet bepaald een zorgzaam type, hij zou vast niet begrijpen waarom het haar zo bezig houdt.
De volgende dag, na een redelijke nachtrust, vindt ze op haar werk even een moment voor zichzelf. Ze begint op internet te zoeken naar dromen en betekenissen. Er is onvoldoende tijd om er dieper op in te gaan, maar uit wat ze tot nu toe had gelezen bleek dat herhalende dromen, zoals zij ze had, niet erg standaard waren.
Als er kruiden in dromen voorkomen blijkt dat er op te wijzen dat er veel meer verrassingen zijn in het leven.
“Goh, zou het?”, mompelt ze, terwijl ze de site maar weer afslui. Tijd om de rest van de offertes uit te typen.
Ze krijgt een uurtje eerder vrij om een kadootje te kopen voor een jarige collega. Ze kent haar niet goed, dus ze is erg blij met een briefje waarop staat wat ze zou moeten kopen.
Ze fietst naar het centrum en zet haar fiets stevig vast met een hangslot tegen een lantaarnpaal. Het adres op haar briefje zegt haar niet veel, maar na wat zoekwerk vindt ze het toch. Een piepklein smal geveltje, erg gemakkelijk om over het hoofd zien. Van de buitenkant ziet het er wat donker uit, binnen blijkt het wel mee te vallen.
Het lijkt een soort kadowinkeltje. Een stelling met wenskaarten, beeldjes en kaarsen ziet ze als eerst. Opeens ruikt ze een bijzondere geur. Ze weet niet wat het is, maar wel precies waar ze het van kende: het was een geur uit haar droom!
Ze kijkt nog even om zich heen terwijl ze het opkomende gevoel van paniek probeert te onderdrukken.
“Niet aanstellen Tara, er is hier niets bijzonders”
De geur lijkt sterker te worden, en ze kan zich niet langer beheersen. Ze rent bijna de straat op, zo vlug als haar knikkende knieën het toelaten. Als in een roes fietst ze naar huis. Pas bij als ze de deur van haar appartement achter zich sluit, komt ze pas weer enigszins bij zinnen.
“Wat was dat in hemelsnaam?”
Ze betrapt zichzelf erop dat ze steeds vaker hardop tegen zichzelf praat, en maakt een mentale notitie dat niet meer te doen.
Ze probeert zich stap voor stap te herinneren wat er zojuist is gebeurd.
Ze was de winkel in gestapt, had vooraan kaartjes gezien, een vitrine met beeldjes, een rek met sieraden en aan de andere kant een wand met kaarsen en kandelaars. Toen ze bij de toonbank in de buurt was gekomen was de geur ineens sterker geworden. Ze had het niet herkend, tenminste, wel dat ze het kende uit haar droom, maar ze wist niet wat het voor geur was.
Verder achterin had ze wat boeken gezien en daarachter nog een ruimte, de winkel was blijkbaar groter dan de voorkant deed vermoeden. Niets in haar herinneringen verklaart haar gevoel in de winkel.
Gefrustreerd gaat ze opnieuw stap voor stap door de gebeurtenissen. waarom was ze in paniek geraakt? De geur had haar hetzelfde gevoel gegeven als in haar droom. Onheilspellend was niet het juiste woord, maar wel het gevoel dat er iets in gang gezet was, dat ze moest doorlopen. Of ze nu wil of niet.
Ineens schiet ze omhoog uit haar overpeinzingen. Het kado! Ze heeft nog niks gekocht! Hoe moet ze dat oplossen?
Ze kijkt op haar klok, nog geen sluitingstijd. Ze zal opnieuw moeten gaan…

Staand voor de winkel raapt ze alle moed bijeen. Ze ademt diep in, verzekerd zichzelf er nogmaals van dat het een doodgewone winkel is, en stapt naar binnen. De bijzondere geur vult meteen haar neus. Het is deze keer gelukkig niet zo sterk. Ze blijft even staan om alles tot haar door te laten dringen. Geen duizelingen, geen beklemmend gevoel. Nog één keer haalt ze diep adem en loopt verder.
Ze kijkt nog eens op haar briefje en stapt naar de eerste boekenkast. Ze gaat op zoek naar een boekje over het sterrebeeld weegschaal. Tot haar verbazing is de hele kast gevuld met boeken over astrologie.
Zolang ze zich kan herinneren heeft Tara het altijd al onzin gevonden. Dat het moment waarop je geboren was typerende eigenschappen met zich mee zou brengen vindt ze bespottelijk. Ze is van mening dat iemands genen, en dat wat je meemaakt in je leven, je vormt. En niet een sterrebeeld ergens op weet-ik-hoeveel-miljoenen-kilometers afstand.
“Kan ik u misschien ergens mee helpen”, klinkt achter haar.
Ze draait zich om en wil juist zeggen: “Nee dank u, ik geloof dat ik het heb gevonden.” Halverwege haar draai slikt ze haar woorden in. “Roos?”
“Hey Tara, dat is leuk!”
Het kwartje valt: boekenwinkel, natuurlijk! Dit is Roos haar boekenwinkel, of tenminste, die waar ze werkt.
Terwijl ze zich dit realiseert, ziet ze het achterste gedeelte van de winkel ook beter. Inderdaad, allemaal boeken. Eigenlijk is alleen het voorste stuk gevuld met kadoartikelen. Stom dat ze dat niet eerder heeft gezien.
“Euh, ik zocht een boek, het is een kadootje. Ik geloof dat ik het al heb gevonden.”
Roos werpt een blik van haar briefje naar het boek. “Ja, dat is het. Is dat een verlanglijstje?”
“Gelukkig wel, anders had ik nooit een boek gevonden”, lacht Tara.
Roos houdt haar hoofd een beetje scheef, “Het is helemaal niet zo’n goed boek, erg algemeen. Maar als dit is wat hij of zij graag wil..”
Terwijl ze naar de kassa loopt geeft Tara toe aan een impuls. “Roos, heb je ook boeken over dromen?”
Verrast kijkt Roos haar aan. “Dromen? Jazeker. Je bedoelt de betekenis?”
“Ja, of is dat ingewikkeld om uit te zoeken?”
“Ik heb er verschillende, ze staan achter.”
Ze loopt alvast naar het achterste gedeelte van de winkel.
Ineens wordt de bijzondere geur weer sterker. Tara aarzelt.
Roos kijkt achterom waar ze blijft. “Alles goed Tara? Je ziet wat bleek”
“Euh, ja” weifelt ze.
“Gaat het goed met je?”
Tara besluit het te vragen. “Wat is dat voor geur?”
“Vind je het niet lekker? Dat is salie. Zo nu en dan zuiveren we de lucht.” Ze maakt er losjes een wapperende beweging bij.
“Ik word er een beetje misselijk van”, zegt ze.
Roos loopt terug naar haar. “Dat is vervelend, ik zal Michaela vragen het niet meer onder openingstijden te gebruiken. Het is wel een bijzondere geur, daar heb je gelijk in.”
“Ik kijk later wel even voor dat boek, ik wil deze wel graag afrekenen.”
“Ja, natuurlijk. Ik heb thuis volgens mij ook nog wel een boek over dromen. Ik zal het voor je zoeken, dan mag je dat wel lenen.”
Opgelucht dat haar missie uiteindelijk toch geslaagd is en vol nieuwe vragen over salie en haar droom, is Tara blij dat ze uiteindelijk gewoon weer naar huis kan fietsen.


Hoofdstuk 2
Verdriet

“Hè hè, eindelijk weekend”, zucht Marco terwijl hij zijn jas ophangt. Het was vrijdag na werktijd en hij kwam eten. Daarna zouden ze een film kijken, lekker uitpuffen op de bank met een bak popcorn, een borrel en een handvol pinda’s.
“Ik heb het me gemakkelijk gemaakt hoor, ik ben even langs de afhaalchinees gereden”, biecht Tara op terwijl ze hem een bakje eten in zijn handen drukt.
Marco grijnst, hij was dol op chinees, en dat wist Tara heel goed!
“Wat fijn dat je me je eigen brouwsels bespaard deze keer”, plaagt hij.
De laatste keer dat hij bij Tara had gegeten was inderdaad bijna alles op één of andere manier mislukt.
Ze had zo haar best gedaan om als echte keukenprinses iets spectaculairs op tafel te toveren dat ze iets te hoog gegrepen had. Die avond hadden ze zich uiteindelijk zat gegeten door elke zak nootjes en chips die ze in huis had soldaat te maken.
Tara kijkt gemaakt zuur, “Hmpf” zegt ze. Maar schiet dan in de lach.
“Je hebt gelijk, een keukenprinses zal ik nooit worden, afhaalrestaurants en diepvriesmaaltijden zijn mijn redding!”
Halverwege een hap kijkt Marco haar verschrikt aan. “Je bedoelt toch niet dat je daar werkelijk op leeft?”
Ze kijkt hem verbaasd aan.
“Heb je enig idee wat voor rotzooi er in kant en klaar voedsel zit? Kleurstoffen, smaakstoffen, conserveringsmiddelen, antiklontermiddelen..”
Op dat moment gaat de bel. Opgelucht springt Tara op. Ze was even gered van de preek die Marco gestart was.
“Hoi Tara, ik wilde je het boek even brengen waar we het over hadden, ik heb hem zojuist teruggevonden. Voordeel van zoeken is dat je weer weet wat je hebt en je kunt weggooien wat je niet meer gebruikt.”, ratelt Roos.
Tara lacht en grijpt haar kans om ook even iets te zeggen. “Hoi Roos, wat fijn, dank je.”
Roos stond al half in haar appartement toen ze doorhad dat er nog iemand aanwezig was.
Ze stopt abrupt en je kon aan haar zien dat ze even niet wist hoe ze moest reageren.
Tara grinnikt. “Kom binnen, ik zal je even voorstellen aan mijn beste vriend.”
“Nou, nee, euh.. ik zie dat ik stoor…”
“Welnee, we zitten gewoon een hapje te eten”, reageert Marco en steekt haar een hand toe. “Hoi, ik ben Marco.”
Roos geeft hem een hand en stelt zich voor.
“Rosemarie de Groot, aangenaam.”
Ze draait zich om naar Tara. “Hier, ik zal het achterlaten dan kun je het even doorkijken. Als je nog vragen hebt mag je altijd langskomen of bellen, ik heb mijn kaartje voorin gelegd.”
Tara vangt een opgetrokken wenkbrauw van Marco op en lacht naar Roos. “Je hoeft niet weg te gaan hoor, heb je al gegeten? Ik heb chinees gehaald en heb natuurlijk veel te veel.”
Even twijfelt Roos, kijkt van Tara naar Marco. “Weet je zeker dat ik niet stoor?”
“Ben je mal”
“Nou, in dat geval.. Chinees kan ik echt niet weigeren!”, lacht ze.
Tot Tara’s grote verbazing kon Marco best goed overweg met een (voor hem) vreemde vrouw. Ze had hem altijd in zijn schulp zien kruipen als er vrouwen in de buurt kwamen, behalve bij haar dan.
Ze kiezen samen een film uit en hangen lekker op de bank met een flesje en een handvol pinda’s. Tara voelde zich heerlijk. Helemaal zoals ze de hele week haar vrijdagavond had voorgesteld.

Met tegenzin en een kreun beseft Tara dat ze toch haar bed uit zal moeten om naar het toilet te gaan.
“Wow, zoveel heb ik toch niet gedronken??”, mompelt ze tegen zichzelf. Haar hoofd voelt alsof het elk moment uit elkaar kan ploffen en ze is zo duizelig dat ze amper kan zeggen of ze wel rechtop zit.
Ze probeert te staan en doet een stapje naar voren. Ze kan zichzelf amper staande houden. Met grote moeite en een draaierig gevoel doet ze nog een stapje. Ze stoot daarbij haar hard haar teen tegen een kastje en geeft een gil van pijn en schrik. Ze probeert haar vloek binnensmonds te houden maar dat lukt niet. De pijn geeft haar even een helderder hoofd en ze gaat gauw weer op de rand van haar bed zitten om eventuele schade op te nemen.
Tot haar opluchting blijkt haar teen een normale stand te hebben, ze verwachtte bijna dat hij uit de kom zou zijn. Er was ook geen bloed te zien dus ondanks de pijn is ze toch opgelucht. Haar steeds hoger wordende nood dwingt haar te proberen of ze er op kan staan. Terwijl ze concludeert dat dat boven verwachting goed gaat beseft ze ineens dat het vreemd is dat ze zich heeft gestoten, aan die kant van haar bed staat helemaal niks.
Terwijl deze gedachte doordringt ziet ze in plaats van haar vertrouwde vloerbedekking een houten vloer met een kleed voor haar bed. En inderdaad, daar staat een kastje.
Ze knippert nogmaals van verbazing. Haar bonzende hoofd en inmiddels nog harder bonzende teen hadden haar aandacht zodanig afgeleid dat ze helemaal niet in de gaten had dat de kamer waarin ze zojuist wakker was geworden helemaal niet de kamer was waarin ze was gaan slapen..
Verward kijkt ze van links naar rechts door de kamer. Het is nogal donker maar het is zeer zeker haar kamer niet!
Haar gedachten schieten terug in haar herinneringen. Wat had ze als laatst gedaan gisteravond? Was ze nog uit geweest? Had ze zoveel gedronken dat ze zich het niet meer kon herinneren? Was ze met iemand meegegaan?
Een lichte paniek maakt zich van haar meester. Waar was ze?
Ze loopt voorzichtig, deels vanwege haar teen en deels door pure verbazing, naar de deur. Er zit geen gewone klink aan maar een houten handvat dat na wat morrelen blijkt te kunnen draaien. Opgelucht probeert ze de deur openen maar deze klemt. Het panieksgevoel dat een beetje begon te zakken laait weer op. Ze duwt en trekt maar na een paar keer rammelen en draaien aan de knop schiet deze los. Haar paniek neemt toe en ze begint te bonzen op de deur. “Hallo? Is daar iemand? Laat me eruit! Help me!”
Ze blijft kloppen en bonzen.
“Tara, Tara, wat is er? Alles okee?”, door een dikke watterige laag in haar bonzende hoofd beseft ze dat iemand haar roept.
Alsof ze door een diepe zwarte put omhoog komt lijkt haar bewustzijn zichzelf bijeen te rapen en wordt het roepen duidelijker.
“Tara, wordt wakker, is alles goed?”, zegt een bezorgde Marco die over haar heen gebogen staat. Ze knippert met haar ogen naar het licht. Verwarring, opluchting, verbazing en nog veel meer gevoelens tuimelen door elkaar.
“Huh, ja..euh..wat?”, stamelt ze.
“Alles goed? Je was aan het dromen geloof ik”, verduidelijkt Marco zich terwijl ze zich tot half zittend omhoog werkt.
Haar hoofd werkt nog absoluut niet mee. Het bonkt onophoudelijk en had een helderheid van een dikke wolk.
Ergens in een achterkamertje van haar brein vraagt ze zich even af wat Marco hier doet maar haar emoties nemen de overhand. Ze barst in tranen uit op zijn schouder.
Onhandig probeert Marco haar te troosten. “Euh, rustig maar” zegt hij, met een arm stijfjes om haar rug.
Tussen haar snikken brengt ze wat woorden uit waar hij ook niets van begrijpt. “…droom…snap niet…opgesloten..”
Na een tijdje kalmeert ze wat en laat Marco los. “Sorry”, snift ze.
“Geen probleem, ik hoorde je roepen maar je werd bijna niet wakker”
Tara probeert in haar dot watten haar gedachten op een rijtje te zetten.
“Ik droomde dat ik wakker werd maar het was mijn kamer niet. Ik stootte mijn teen en wilde uit de kamer maar ik kreeg de deur niet open!”
Terwijl ze dit vertelt dringt het door dat haar teen nog steeds bonkt en pijn doet.
Ze doet de deken opzij en ziet de teen die ze in haar droom had gestoten akelig dik en blauw worden.
“Hoe krijg je dat voor elkaar in bed?”, vraagt Marco verbaasd. “Geen wonder dat je zo schreeuwde.”
Zoekend naar een verklaring in al haar door elkaar schietende gedachten stapt ze uit bed. “Sorry, ik moet eerst even naar het toilet.”
Daar probeert ze nogmaals haar gedachten te ordenen. “Ik heb me vast bezeerd terwijl ik me om heb gedraaid in bed, ik was diep in slaap dus het duurde even voor ik wakker werd. Zo zal het zijn gegaan…”, verklaart ze haar spiegelbeeld terwijl ze koud water over haar polsen laat lopen.
Ze loopt naar de kamer, waarom was Marco er nog? Of was hij er alweer? Hij was er toch echt?
Marco was levensecht en hij was water aan het koken voor een kop thee.
Onderzoekend kijkt hij haar aan. “Gaat het weer een beetje?”
“Ja, ik geloof het wel, die teen doet wel verdomd zeer”, verklaart ze met een scheef lachje.
“Hoe komt het dat jij hier bent?”, vraagt ze, proberend zoveel mogelijk helderheid te krijgen in deze warrige situatie.
“Weet je dat niet meer?”, vraagt hij verbaasd. “Ik ben gebleven nadat Roos is weggegaan maar je viel vrijwel meteen in slaap. Je was zo diep in slaap, en dat na maar drie drankjes. Ik heb je maar in je bed gelegd zodat ik op de bank kon slapen.”
“Ik had geen puf meer om naar huis te fietsen.”, voegde hij er verontschuldigend aan toe.
“Ik hoop niet dat je het vervelend vindt…”
“Nee, natuurlijk niet. Ik ben blij dat je me hebt wakker gemaakt. Het was weer zo’n rare droom.”
Hij kijkt haar onderzoekend aan. “Wéér zo’n droom?”
“Je bedoelt dat je dit vaker hebt?”
“Iedereen heeft toch wel eens vreemde dromen?” wimpelt Tara zijn opmerking weg.
“En waarschijnlijk heb ik me aan de rand van het bed bezeerd”
Een snelle blik op zijn gezicht vertelt haar dat haar verklaring niet helemaal afdoende is.
Met haar hele gewone kop thee in de hand en na een diepe zucht begint ze te vertellen. Over haar dromen, het onbehaaglijke gevoel, de geur, de kleine flarden en van haar droom van vanavond.
Terwijl ze alles zo gedetailleerd en logisch mogelijk tracht te vertellen realiseert ze zich ineens het grote verschil met haar dromen tot deze nacht.
“Ik was mezelf… ik kon zelf bepalen wat ik deed. Dat is nieuw.”

Drie nachten zonder rare dromen zijn er inmiddels verstreken. De ochtend nadat ze door Marco was gewekt hadden ze er niet veel meer over gesproken. Ze waren de stad in gegaan voor een brunch en daarna was Marco naar huis gegaan.
Hoewel het heerlijk was om niet door dromen gekweld te worden ‘s nachts had ze nog steeds geen uitgerust gevoel in de ochtend.
Ze viel met moeite ‘s avonds in slaap door een flinke dosis argwaan. Ze zat niet te wachten op een soortgelijke ervaring.
Vanavond had ze met Roos afgesproken. Ze had nog niet de gelegenheid gehad om haar te vertellen van haar nachtelijke ervaring en ze was erg benieuwd of ze samen tot een verklaring zouden kunnen komen.
Spitwerk in het dromenboek had haar nog niet veel opgeleverd. De dingen in dromen hadden zoveel mogelijke betekenissen. Zolang ze niet meer duidelijkheid had kon ze er nog geen touw aan vast knopen.
Roos had aangeboden om voor hen tweeën te koken maar Tara wilde graag in haar eigen appartement zijn als ze haar verhaal deed.
Het voelt toch raar intiem om haar dromen te vertellen en te kijken welke dingen in haar leven er een oorzaak van zouden kunnen zijn.
Ze was bijna klaar met haar laatste klusje die dag en liep met een tevreden gevoel naar het kopieerapparaat.
Op het moment dat ze het laatste papier van de machine haalt wordt ze op haar schouder getikt.
“Tara, ik heb je moeder aan de telefoon.”
Van schrik laat ze haar stapel vallen. Haar hart schiet in haar keel. Haar moeder belt haar maar zelden en al helemaal niet op haar werk.
Het is een kort gesprek maar de woorden echoden door haar hoofd. Hart – opgenomen – dokter – accuut.
Minutenlang zit ze met de hoorn van de telefoon nietsziend voor zich uit te staren. Geen “niet schrikken hoor, maar..”. Haar vader was plotseling onwel geworden en tijdens de rit naar het ziekenhuis overleden. De wereld tolt razendsnel.
Binnen een half uur rijdt ze op de snelweg. Ze had zelf geen auto maar één bericht aan Marco en ze had de auto van Bert mogen gebruiken.
Marco had aangeboden mee te gaan maar was nog niet thuis van een sollicitatiegesprek die middag. Ze had niet willen wachten.
In de auto schieten er duizenden dingen door haar hoofd. Was dit ook een nare droom? Hoe kon het zo snel gaan? Hij was toch niet ziek? Waarom had ze niet vaker gebeld? Waarom was ze niet vaker langs gekomen? Waarom.. waarom?
Haar moeder had er op aangedrongen dat ze rustig aan zou doen maar haar voet drukt het gaspedaal stevig in. Alsof ze nog zou kunnen vluchten uit deze bizarre situatie.
De rit waar ze normaal zeker anderhalf uur over deed was gereduceerd tot een uurtje. Ze draait de auto de parkeerplaats van het ziekenhuis op. Eenmaal stilstaand breekt ze in tranen uit. Ze kan haar moeder nog niet onder ogen komen. Zodra ze haar zou zien zou het allemaal echt zijn. Onomkeerbaar.
De onophoudelijke stortvloed aan tranen lijkt enigszins te minderen en met een luid gesnuf en af een toe nog een snik probeert ze in het kleine spiegeltje van de auto zich een beetje toonbaar te maken. Ze zucht nog éénmaal diep en stapt uit. Ze merkt dat ze nog steeds in een vreemde roes zit en ook haar benen lijken een eigen leven te hebben. Zodra ze uit de lift stapt op de juiste afdeling ziet ze haar moeder. Ze staat te staren uit het raam met een bekertje koffie waar ze nog geen slok uit gedronken leek te hebben. Tara schrikt, haar moeder lijkt wel tien jaar ouder geworden sinds de laatste keer dat ze haar had gezien. Hoelang was dat geleden? Een week of acht? Haar moeder lijkt te voelen dat iemand naar haar kijkt en langzaam draait ze zich om.
Met een holle blik in een grauw gezicht kijkt ze Tara aan.
“Dag meisje”, zegt ze en lijkt te breken. Ze vallen elkaar in de armen en opnieuw voelt het alsof ze moet huilen tot er geen druppel vocht meer in haar lijf zit.

Na een bizarre nacht wordt de volgende dag meer duidelijk over wat er precies was gebeurd. Haar vader was nog even snel een boodschap gaan doen bij de gereedschapswinkel maar toen hij in zijn auto had willen stappen was hij ingestort.
Een oplettende voorbijganger had het zien gebeuren en was te hulp geschoten. De ambulance was razendsnel ter plekke geweest maar tijdens de rit naar het ziekenhuis was het toch mis gegaan. Onderzoek had uitgewezen dat hij was overleden aan een afwijking aan zijn hart die hij waarschijnlijk al veel langer had gehad.
Het gesprek met de arts was afstandelijk. Het was ook alsof haar gevoel tijdelijk achter een dikke muur was weggestopt. De woorden drongen amper tot haar door. Haar gedachten bleven springen van het ene moment in haar herinneringen naar het andere. Haar vader die haar schommel duwde, haar hand vasthield in de dierentuin. Flarden van zijn boze blik toen ze straf kreeg omdat ze met haar nieuwe fiets in de sloot was gevallen, zijn opbeurende woorden als ze gefrustreerd haar huiswerk aan de kant had geschoven omdat ze de opdracht niet begreep.
Ze rook de geur van zijn trui en zag in een beeld elk miniscuul haartje op zijn hand. Ondertussen sprak de arts op monotone wijze verder.
Even kwam haar bewustzijn weer iets naar de oppervlakte en ze zag haar moeder in gelijke staat het verhaal van de arts aanhoren. Met een afgestompte blik, in zichzelf gekeerd.
Nu ze na het gesprek weer met haar moeder thuis was gekomen ziet ze door de waas die haar hele lichaam in beslag nam in elk klein detail wel iets van haar vader terug. In de dagen die volgen lijkt haar verdriet te pas en te onpas bezit van haar te nemen. Bij eenvoudige dingen zoals de spijker die hij scheef in de muur had geslagen om de spiegel op te hangen kwamen de tranen onophoudelijk.
Het regelwerk voor de begrafenis lijkt als vanzelf te gaan. Ze praat zacht met haar moeder over de teksten en halen herinneringen op. De dag kwam en ging en Tara beleefde het in dezelfde roes waarin ze de afgelopen dagen had doorgebracht.
De plechtigheid was eenvoudig maar mooi. Zelfs het weer leek zich aan te passen aan het moment. De zon die de afgelopen dagen toch aardig had geschenen werd tijdens de begrafenis bedekt met een sluier van wolken. Niet overdreven veel mensen maar wel allemaal oprecht verdrietig en aangeslagen. Het deed Tara goed al deze mensen te zien en het besef dat haar vader iemand was waar mensen gesteld op waren kon haar zelfs laten glimlachen.
Tara had een goede band met haar ouders maar belde niet elke week om even bij te kletsen. De gesprekken die ze hadden gingen ook daadwerkelijk ergens over. Ze had gelukkig geen ouders die haar vier keer per week belden om te vragen of ze wel goed voor zichzelf zorgde. De momenten dat ze bij elkaar waren of dat ze elkaar eens belden waren kwaliteitsmomenten. Geen koetjes en kalfjes maar echte gesprekken over het leven. Over ambities en valkuilen, over herinneringen en toekomstdoelen.
Haar vader was haar steun en toeverlaat. Zijn mening woog erg zwaar voor Tara. Zijn waarschuwingen gingen altijd gepaard met een flink portie vertrouwen in haar eigen beoordelingsvermogen.
En nu was hij er niet meer..
Terwijl de laatste mensen de begraafplaats verlaten en alles daadwerkelijk achter de rug was begon het besef bij Tara te groeien dat het leven gewoon zijn gangetje zou gaan. Ook voor haar en voor haar moeder.
Gelukkig kon ze merken dat het afwezige staren in de leegte van haar moeder meer en meer plaats maakte voor de werkelijkheid. Ze had zich erg ongerust gemaakt over de impact die dit alles op haar moeder zou hebben.
Ze zag haar nu ook voorzichtig lachen terwijl een paar van haar vriendinnen beloofden vaak langs te komen.
Het is niet iets waar je in een paar dagen overheen stapt maar de nuchterheid nam weer snel de overhand en het waren niet alleen de praktische zaken van het hier en nu waar ze op de terugweg in de auto met haar moeder over sprak.
Haar ouders waren vlak na haar geboorte in het dorpje komen wonen, in hetzelfde huis. Ze waren sociaal en hadden in de loop van de jaren een hele schare vrienden en kennissen om zich heen verzameld waar ze geregeld gezellige dingen deden en aan konden kloppen als er iets was. Omgekeerd stond ook altijd de deur open voor iemand die hulp kon gebruiken. Beide waren actief in allerlei commissies en verenigingen en haar moeder was al jaren vaste vrijwilliger in de plaatselijke bibliotheek.
Vanaf het moment dat bekend werd wat er was gebeurd waren er van alle kanten mensen geweest die hulp hadden aangeboden of met iets op de stoep stonden om te laten weten hoeveel ze meeleefden.

Hoofdstuk 3
Bijzonder gesprek

Een kort klopje op haar deur liet Tara van schrik bijna haar kop koffie vallen. Ze slikt een bescheiden vloek in terwijl ze vlug wat druppels hete koffie van haar hand veegt en haar mok op de hoek van het aanrecht laat staan.
Het was Roos.
“Hoi, ik zag je thuiskomen vanmiddag. Ik wil je even zeggen dat ik het zo akelig voor je vind, hoe is het met je?”
“Hoi Roos, kom binnen”, antwoord ze, “Wil je ook koffie?” Tara loopt naar haar aanrecht.
“Nee dank je, ik moet ook zo weer weg. Ik wilde je alleen even vragen of ik iets voor je kan doen.”
Tara kijkt haar aan. “Dat is lief, het gaat wel hoor. Het is even tijd nodig. Het dringt nog steeds niet helemaal tot me door geloof ik.” Ontroerd door het oprechte medeleven probeert ze toch haar glimlach vast te houden.
“Laat het toch even weten als ik iets kan doen, of als je behoefte hebt aan wat gezelschap. Ik wilde je deze nog even geven. Waarschijnlijk vind je het nu helemaal niet belangrijk maar ik moest meteen aan jou denken toen ik het las.”
Ze reikt Tara een flyer aan.

ONBEWUST SPREEKT UW ONDERBEWUSTZIJN
– UW DROMEN VERKLAARD –
Dr. R.T. Bruyns

“Aanstaande donderdag komt hij in de boekwinkel spreken over dromen, ik wilde je het in ieder geval even laten weten.”
Tara staart naar het papier. Haar dromen, ze had ze niet meer gehad sinds die heftige droom in de afgesloten kamer. De dood van haar vader had haar zo opgeslokt dat ze er niet eens meer aan dacht.
Ze kijkt op om Roos te bedanken maar terwijl ze opkijkt ziet ze dat deze al is vertrokken. Gek, ze had de deur niet eens gehoord. Hoe lang had ze naar het papier zitten staren? Haar koffie was lauw.
Ze belt Marco. Hij had wel het recht te weten dat ze weer thuis was. Die schat was zelfs op de begrafenis geweest en had de auto van zijn oom weer meegenomen zodat Tara geen moeite hoefde te doen om deze terug te brengen als ze had besloten langer bij haar moeder te blijven.
Het was fijn zijn stem even te horen. Het was ook fijn om even een nuchter gesprek met een man te hebben. Gewoon, over gewone dingen. Niet over het sentimentele en over hoe ze zich voelde. Tara wist zeker dat hij rustig aan zou horen hoe verdrietig en leeg ze zich voelde, ook al zou ze daar uren over praten maar daar had ze nu even geen behoefte aan.
Na een gesprek dat aanvoelt als een vertrouwde warme slobbertrui hangt ze op. Nog één dagje weer wennen in haar eigen appartementje en dan moest ze ook weer werken. Ze krult zich in haar bed met een tijdschrift en probeert de rust te vinden om in slaap te kunnen vallen.

Na bijna twee weken te zijn weggeweest was haar eerste werkdag een verschrikking. Ze had niet veel collega’s en er was er niet één bij waar ze het gevoel had dat het heel goed klikte maar stuk voor stuk liepen ze over van belangstelling. Al bij de tweede collega voelt Tara zich verstikt door goede wensen en medeleven. Ze kenden haar vader niet eens, en haar ook eigenlijk nog niet. Beseffend dat de bedoelingen ongetwijfeld ontzettend goed waren probeert ze uit alle macht de nare smaak die deze golf van medelijden opwekte te negeren. De vierde collega trakteert op een meewarige blik en bijbehorende ik-weet-hoe-het-voelt-verhaal. Tara knikt. “Bedankt Sanne, het is nog erg onwerkelijk.” In werkelijkheid wilde ze het liefst het uitschreeuwen: “Laat me met rust, jullie hebben geen idee hoe het is!” Met haar opkomende frustratie voelt ze de tranen branden en vlucht het toilet in.
“Hoe kom ik deze dag in vredesnaam door?”
De volgende dag viel gelukkig erg mee. Ze weet tactisch haar collega’s met beleefde korte antwoorden op afstand te houden en ze lijken de boodschap te begrijpen.
Thuisgekomen ligt er een envelop op de mat. Terwijl ze tegelijk haar jas uit probeert te trekken wil ze de brief op het haltafeltje leggen. Eén blik op de afzender laat haar twijfelen. Zal ze hem openen? Twee dagen voor haar vader overleed had ze een sollicitatiebrief verzonden. Het was een niet erg voor de hand liggende baan met haar opleiding. Een adviserende functie bij een journalistiek bureau. Weliswaar betrof het de economie afdeling maar eigenlijk werd er een andere opleiding en meer ervaring gevraagd.
“Een nieuwe baan, is dat waar ik nu op zit te wachten?”, overlegt ze met zichzelf. “Ach, niet zeuren Tara! Gewoon openen, je zult toch een keer een grote meid moeten worden. Het leven wacht niet altijd tot je braaf klaar zit voor iets nieuws. En bovendien vindt je bankrekening dat ook wel fijn.”
Ze trekt de envelop open. Haar ogen schieten over de tekst. Donderdagmiddag om vier uur een sollicitatiegesprek.
Tara zucht diep, na een kleine aarzeling verdringt de blijdschap het opkomende angstige gevoel. “Yes!”

Langzaam schrijdt ze naar voren. Met beide handen houdt ze een kom voor zich uit. Ze loopt tussen twee rijen door, drie mannen aan elke zijde.
De mannen zijn gekleed in lichte tunieken tot bijna op hun knie. Stuk voor stuk hebben ze halflang tot lang haar, keurig in een staart gebonden. Ze kijken strak voor zich uit. Op haar beurt zoekt ze ook geen oogcontact.
Aan het einde van de rij is een klein stenen trapje dat haar nog verder de heuveltop op leidt.
Tara voelt de spanning in haar hele lijf. Ondanks de twijfels die door haar aderen jagen loopt ze langzaam maar gestadig door. Het pad voert verder tussen twee grote stenen, ze zet haar kom op een verhoging voor de rechtersteen en knielt.
Naast haar knielt een man. Het is niet één van de mannen uit haar erehaag. Ze kan hem vanuit haar ooghoek niet goed zien maar hij draagt geen tuniek. Warmte straalt van zijn ontblote bovenlijf. Hij heeft ook lang haar maar draagt het niet vastgebonden. Zijn donkerblonde lokken verbergen zijn gezicht.
Hij prevelt iets en vreemde woorden verlaten haar mond.
Terwijl ze zich vaag realiseert dat dit een vreemde situatie is schrikt ze wakker.
Ze zit rechtop in bed met een kloppend hart. “Nee! Niet weer!”
Tara laat zich wanhopig terugzakken in haar kussen en bedekt haar gezicht. Haar laatste vreemde droom was al weken geleden. Ze was ze gaan negeren en had gehoopt dat ze waren verdwenen.
Voorzichtig werpt ze een blik op de wekker, “zeventien minuten over vier”, kreunt ze en draait zich resoluut om. Vastbesloten om niet meer aan haar droom te denken probeert ze in slaap te vallen. Nog een paar uurtjes en dan zou haar wekker gaan. Ze had om twee uur vrij gevraagd voor haar sollicitatiegesprek maar had nu spijt dat ze geen hele dag had opgenomen.
Na een half uur draaien en woelen laat ze zich onder haar deken vandaan glijden. Eerst maar even wat drinken want hoe ze haar best doet de herinneringen, die steeds weer door haar met vastberadenheid opgeworpen buffer prikten, probeert te negeren, het blijft maar door haar hoofd spoken.
Met elk beeld dat zich een weg terugdringt in haar brein horen minstens tien nieuwe vragen . Het is onmogelijk om de rust te vinden om weer in slaap te kunnen vallen.
Ook die ochtend probeert Tara haar ellendige gevoel weg te drinken met enorme hoeveelheden koffie. In haar zelf mompelend “Het begint al aardig een gewoonte te worden, straks heb ik nog een enorme caffeïneverslaving.” probeert ze wat werk te verzetten. In de loop van de ochtend worden de gedachten aan haar beroerde nacht steeds meer overstemd door overpeinzingen over het sollicitatiegesprek die middag.
Het gesprek lijkt steeds minder uitnodigend. Hoe langer ze er over nadenkt hoe meer redenen ze verzint waarom deze baan niets voor haar kan zijn. Om twee uur pakt ze haar tas en loopt gespannen als een veer de deur uit. Een handvol gelukswensen van collega’s hoort ze niet eens meer.
Thuisgekomen mikt ze haar tas naast het aanrecht en spreekt zichzelf toe. “Kom op, nu even een paar uur je kop erbij Tara!”. Ze loopt naar de douche en werpt nog een blik op de kleding die ze klaargelegd had. Voor de gelegenheid had ze zichzelf getrakteerd op een keurige broek met getailleerd jasje. Daar zou ze toch een degelijke indruk mee moeten kunnen maken. Alhoewel ze voldoende nette kleding in de kast had hangen had ze zichzelf ingepraat dat een nieuwe outfit voor een nieuwe start nooit verkeerd kon zijn.
Keurig op tijd, haar haren netjes opgestoken staat Tara voor het gebouw. “UITGEVERIJ B&T” luidt een groot bord op de gevel. In de enorme hal bevindt zich de receptie. Het hele pand doet wat kil aan, een marmeren vloer met strakke lichtgrijze wanden en een pinnig uitziende receptioniste die haar haar zo strak achterover had getrokken in een knot dat Tara bedacht dat ze met haar eigen haardracht daarbij vergeleken eruit zag als een vogelverschrikker. Ze recht haar rug en loopt naar de receptie.
“Goedemiddag, ik heb een afspraak met de heer Brandt”, kondigt ze zich aan. De strenge receptioniste verrast haar met een warme glimlach. “Natuurlijk, ik zal zeggen dat u er bent. U mag doorlopen naar de eerste verdieping. In de rechtergang is een wachtruimte, meneer Brandt zal u komen halen.”
Zich nog verbazend over de metamorfose die de receptioniste had ondergaan door enkel een lach op haar gezicht te toveren loopt Tara naar de lift. De nervositeit die ze de hele dag al een beetje had gehad was verdwenen. Ze was er, ze zou laten zien wie ze was en daar zouden ze het mee moeten doen. Tevreden met haar opkomende strijdlust neemt ze plaats in de wachtruimte.
Meneer Brandt blijkt een joviale man die haar niet lang laat wachten. Hij schudt haar hand en wijst haar naar een kantoortje. Terwijl ze zich in een stoel tegenover hem laat zakken begint hij al te praten.
“Fijn dat u er bent mejuffrouw Dunning, ik wil graag meteen to-the-point komen. We zoeken iemand met een financiële achtergrond om diverse gegevens en bronnen te kunnen verifiëren en de relevante gegevens eruit kan filteren.” Tara wil antwoorden dat ze dat inderdaad begrepen had uit de vacature maar ze krijgt geen kans om iets te zeggen. “Diegene die deze functie gaat vervullen dient snel en accuraat te kunnen werken en uiteraard beschikken over de benodigde discretie. We krijgen vaak van diverse bronnen gegevens onder ogen die nog niet naar buiten gebracht zijn en waar in sommige gevallen mensen of hele bedrijven ernstige schade van kunnen ondervinden.” Opnieuw wil Tara reageren dat ze heel goed in staat is om informatie vertrouwelijk te behandelen, ze heeft immers een financiële opleiding gevolgd, daar wordt de studenten telkens weer op het hart gedrukt nooit het vertrouwen van werkgevers te schaden. Meneer Brandt vervolgt zijn relaas: “Uw opleiding lijkt me prima te passen en het gebrek aan werkervaring is geen probleem. We hanteren een proeftijd van een maand tegen 80% van het salaris dat volgens ons loonschalensysteem passend is voor deze functie. Indien het na een maand van beide kanten bevalt bieden wij u een jaarcontract aan. Hij noemt een bedrag waarbij Tara meteen aan het rekenen gaat, dat was meer dan dat ze verwacht had en haar voornemen om zichzelf niet onder de prijs te verkopen kon ze meteen laten varen. Eigenlijk was dat het enige dat ze voor dit gesprek had voorbereid dus het enige dat ze op dat moment even kon doen is knikken. Ze probeerde snel haar gedachten te ordenen om te kijken of ze nog een vraag heeft voor deze man die duidelijk gewend was veel informatie in weinig tijd over te brengen. “Kunt u maandag beginnen mejuffrouw Dunning?”, hij kijkt haar vragend aan. Verbaasd over deze vraag stottert ze: “Euh, eigenlijk ben ik pas een week later beschikbaar, ik heb nog een..”
“Prima, volgende week maandag is ook goed.” Hij maakt een aantekening op zijn papier. “We werken gewoonlijk van half negen tot vijf tenzij het noodzakelijk is dat gegevens zo snel mogelijk moeten worden nagezien. Het kan zijn dat er tot ’s avonds laat of in het weekend moet worden doorgewerkt. Deze uren tellen als gewone werkuren en worden niet extra beloond, u kunt ze alleen als vrije tijd opnemen. Uw directe collega is Jos de Vries, hij is onze verslaggever op het financiële gebied. Even had Tara een kort moment van herkenning. Ze had uiteraard vooraf wat over het bedrijf opgezocht en deze naam kwam haar bekend voor. Opnieuw begint Brandt te spreken voordat Tara haar mond kan openen. “Ik zal zorgen dat hij aanwezig is als je gaat starten zodat hij je even wegwijs kan maken.”
Totaal beduusd staat Tara weer op straat. Dit gesprek was verlopen op een manier die ze zelf nooit voor mogelijk had gehouden. Het enige dat ze naast haar beschikbaarheid nog aan Brandt had kunnen uitbrengen was een bedankje voor het gesprek.
Nog totaal onder de indruk besluit Tara om naar huis te lopen. Onderweg probeert ze vat te krijgen op wat er zojuist was voorgevallen. Ze had helemaal geen kans gehad om iets te zeggen. Hoe meer ze er over nadacht hoe bozer ze werd. Foeterend op zichzelf stapt ze stevig door. “Verdorie, ik leek wel een dom klein kind, wat voor indruk moet ik wel niet hebben gegeven. Hij denkt nu vast dat ik een zacht meegaand type ben.”
Totaal in haar gedachten gekeerd botst ze bijna tegen iemand op. “Tara! Wat doe jij nu hier?”
Verschrikt kijkt ze op en kijkt recht in het gezicht van Marco. “Hey, sorry, ik liep te dromen, ik had je niet gezien.” stamelt ze.
“Wat ga je doen, je ziet er keurig uit zeg, moet je niet werken?”
Tara moet lachen om zijn spervuur van vragen. “Ik had net dat sollicitatiegesprek en zat op mezelf te mopperen over hoe stom ik het heb aangepakt, daarom zag ik je niet. Sorry hoor.”
“Oei, stom aangepakt? Wat jammer, was het de uitgeverij? Zonde zeg, dat was wel een leuke kans geweest.”
Tara had Marco natuurlijk verteld van de vacature en dat ze had gesolliciteerd en hij had toegegeven dat hij jaloers was op haar kans. Als hij de vacature eerder had gezien had hij zeker gereageerd.Tara had hem toen gezegd dat zowieso te doen, zij had immers niet in de hand hoe de sollicitatieprocedure zou verlopen en misschien waren ze wel meer op zoek naar een type als Marco dan naar haar.
Hij had geweigerd, wilde zijn eigen kansen zoeken.
Ze kijkt hem aan. “Ik heb geen enkele kans gehad om iets te vragen of te zeggen, het was het meest bizarre gesprek dat ik ooit heb gehad”, reageert ze.
“Kom op, ik weet zeker dat je binnenkort weer tegen een leuke vacature aan gaat lopen, het heeft zo moeten zijn” probeert hij haar op te beuren.
Tara schiet in de lach. “Dat is nu het meest bizarre, ik ben aangenomen!”
Geamuseerd kijkt ze hem aan. “Ik hoefde alleen maar te komen, meer niet. En het loon is ook nog niet onaardig. Ik ben alleen bang dat ik de indruk heb gegeven een stil grijs muisje te zijn.. Maar hoe dan ook, ik mag volgende week maandag beginnen.”
Verbijsterd kijkt Marco haar aan. “Dat is fantastisch! Kom, ik tracteer op een kop koffie!”
Terwijl Tara van haar goede nieuws en een kop koffie zit te genieten luistert ze naar Marco’s verhaal over één van zijn recente sollicitatiebrieven. Dan schrikt ze ineens op. “De lezing! Hoe laat is het? Ik moet gaan hoor! Ik zou om half zeven in de boekhandel zijn!”
“Dat ga je niet meer redden, het is al twee minuten over half” , antwoordt Marco.
“Het is maar twee straten hiervandaan, ik moet rennen. Dank je wel voor de koffie, ik zie je snel!”
Enigszins buiten adem komt ze aan bij de boekhandel . Rennen op haar nieuwe schoenen bleek al snel onmogelijk maar ze had stevig doorgelopen. Warm licht schijnt door de ramen. Nog twee keer diep ademhalend haalt ze een hand door haar haren en stapt de winkel binnen.
Terwijl ze de deur achter haar sluit wennen haar ogen aan het zachte licht.
Achterin hoort ze stemmen en ze ziet stoelen staan. Ze loopt er naar toe en kijkt of er nog een plaatsje is. De kleine ruimte staat grotendeels vol met stoelen, allemaal gericht naar de spreker die aan haar linkerzijde zijn verhaal doet. Hij was blijkbaar al begonnen dus ze probeert zo onopvallend mogelijk een plekje te zoeken. Ze ziet Roos achterin de ruimte staan en deze gebaart dat daar nog ruimte is.
Terwijl ze dichterbij komt en voor de eerste mensen langs wil schuivelen merkt ze dat de spreker heeft stilgehouden.
“Welkom op deze avond, u heeft helaas het begin gemist” Tara kijkt hem aan. Grijze ogen kijken haar geamuseerd aan. Ze stamelt een excuus. “Het spijt me, ik wil u niet onderbreken, ik ben wat verlaat”.
Tot haar ergernis wachtte hij met verder spreken tot ze naast Roos een plekje had gevonden. Ze voelt tientallen ogen in haar rug prikken terwijl ze door de ruimte zigzagt.
“Zoals ik al zei..”, vervolgde hij zijn verhaal.
“Wat ben je laat.”, fluistert Roos. “Sorry, sollicitatiegesprek”, antwoordt Tara.
De volgende vraag blijft op Roos haar lippen hangen. Beiden voelen ze de grijze ogen prikken en tegelijk kijken ze naar de spreker op. De boodschap in zijn blik was duidelijk: HIJ was aan het woord. Een beetje geërgerd om zijn autoritaire houding probeert ze zich op het onderwerp te concentreren. Zijn verhaal blijkt al snel op zijn zachts gezegd erg boeiend en haar irritaties verdwijnen als sneeuw voor de zon. Het was goed te volgen, waarschijnlijk had ze niet veel gemist. Diverse theoriën die in eerste instantie zweverig overkwamen worden langzaam duidelijk en zo nodig onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek. De meest recente ontdekkingen op het gebied van fysiologie en hersenactiviteiten blijken ontelbare oude wijvenpraatjes en overleveringen uit diverse culturen te onderbouwen en zelfs te versterken.
Terwijl Tara geboeid zit te luisteren registreert ze ook dat deze meneer Bruyns een prettige stem heeft om naar te luisteren. Waarschijnlijk eind dertig schat ze vlug zijn leeftijd, hoe zou hij aan dit onderwerp zijn gekomen? Zou hij ook geplaagd worden door onverklaarbare dromen? Waarom zouden al die andere mensen hier zitten? Vast niet door het soort dromen die zij had, dan had ze er wel vaker iets over gehoord.
Terwijl haar gedachten een beetje afdwalen schrikt ze als Roos ineens begint te praten. Meneer Bruyns had blijkbaar een vraag gesteld. Het was haar totaal ontgaan wat hij had gevraagd en dus concentreerde ze zich weer snel op zijn warme, hypnotiserende stem.
Hij stelt opnieuw een vraag en wil uit het publiek ervaringen met dromen en droomuitleg. Meerdere mensen reageren, de meesten met vragen als: wat zou het betekenen dat ik achterna gezeten wordt in mijn droom? Of: Waarom droom ik over een kat terwijl ik er in het echt allergisch voor ben?.
Roos tikt haar zachtjes met haar elleboog aan om haar aan te sporen ook iets te zeggen.
Tara schudt met haar hoofd. In dit gezelschap wil ze haar dromen niet delen. Haar vraag voelt aan als een heel ander kaliber, haar dromen waren absoluut anders dan de ervaringen van deze mensen.
Heel even ontmoet ze de grijze ogen. Hij kijkt haar vragend aan. Tara kijkt hem aan maar zegt niets. Zijn aandacht wordt naar de andere kant van de ruimte getrokken door een mevrouw met een zeer gedetailleerd verhaal met eigenlijk geen bijzonderheden. Hij hoort het geduldig aan.
Michaela, de eigenaresse van de boekhandel, kondigt na zijn bondige antwoord aan dat het einde van de lezing is aangebroken en bedankt iedereen voor zijn of haar aanwezigheid.
Meneer Bruyns wordt bedankt met een kort applaus en Tara wendt zich tot Roos.
“Ik heb een baan!” Roos kijkt verbaasd. “Die had je toch al?”
“Nee, een echte. Wat ik nu doe is maar een tijdelijk baantje.”
“Leuk zeg! Wat ga je doen?” Onder het praten begint Roos de vrijgekomen stoelen op te stapelen.
Tara helpt mee en legt Roos uit op welke functie ze heeft gesolliciteerd en beide lachen ze om het bizarre verloop van het sollicitatiegesprek.
De stoelen zijn opgeruimd en Tara loopt naar haar tas.
Ze wil juist aan Roos vragen of ze nog meer moet opruimen of dat ze samen naar huis kunnen gaan als ineens meneer Bruyns vlak naast haar staat.
“Heb ik je in verlegenheid gebracht?”, vraagt hij.
Van haar stuk gebracht van zowel zijn vraag als het plotselinge verschijnen zo dicht bij haar kijkt ze hem verbaasd aan. “Nee hoor, waar mee?”
“Met het extra benadrukken van je late entree. Mijn excuses daarvoor.”
Nog steeds verbaasd antwoord Tara: “Ik ben diegene die excuses aan moet bieden, ik was simpelweg te laat en onderbrak je lezing.”
Hij grinnikt. “Ik had net mezelf voorgesteld en was eigenlijk nog niet begonnen. Dat is dus het enige dat je hebt gemist.”
Hij steekt zijn hand uit om dat alsnog te doen.
“O”, reageert Tara schaapachtig terzijl ze zijn hand schudt. “Ik ben Tara, en ik bied toch mijn excuses aan voor het storen.”
“Excuses aanvaardt, hoe vond je de lezing?”
“Erg boeiend, ik had niet verwacht dat er zo’n studie van gemaakt zou zijn.”
Hij kijkt haar peinzend aan. “Je wilde geen vraag stellen, ik dacht dat het kwam omdat je al voldoende aandacht had getrokken bij het binnenkomen. Dat was het dus niet?”
Tara probeert een goed antwoord te formuleren. “Mijn vraag over dromen leek niet op de andere vragen, ik wilde het niet in deze groep op tafel leggen.”
Hij laat even zijn ogen door de ruimte dwalen. “Volgens mij is verder iedereen vertrokken, als je tijd en zin hebt kunnen we in het koffiehuis aan de overkant daar nog even over doorpraten.”
Tara twijfelt. Ze wilde graag naar huis. Aan de ander kant was dit een uitgelezen kans om meer te weten te komen over wat haar bijzondere dromen zouden kunnen betekenen.
Ze ziet dat Roos hen nadert. “Roos, ben jij nog een tijdje bezig met opruimen of ga je zo naar huis?”
“Ik ben nog een kwartiertje bezig maar daarna wil Michaela graag even de bestellijst doorpraten, ze is dit weekend vrij. Dat zou nog wel een uurtje kunnen duren.”
“Zal ik aan de overkant even op je wachten?”
Verbaasd kijkt Roos naar Tara en meneer Bruyns. “Ja, dat is prima.”

Meneer Bruyns blijkt Ron te heten en behalve welbesproken een verrassend goede luisteraar. Terwijl Tara langzaam verschillende aspecten van haar dromen opnoemt lijkt hij steeds meer en meer geïnteresseerd.
Zo nu en dan stelt hij een vraag tussendoor en laat haar zo veel mogelijk details vertellen. Hij hoort het allemaal met een overpeinzende frons in zijn voorhoofd aan. De tijd vliegt voorbij, voor ze het weet staat Roos al voor haar.
“Ik ben klaar hoor maar als jij nog wilt blijven ga ik wel alleen naar huis” zegt ze met een schuine blik op Ron.
“Nee hoor, ik ga met je mee.” Tara maakt aanstalten om te gaan staan en Ron te bedanken.
“Mag ik nog eens met je praten over je dromen? Ze zijn erg interessant. Ik wil er graag meer over weten en je er mee helpen.”, reageert hij snel terwijl hij een visitekaartje uit zijn jasje haalt. “Bel me, ik ben deze week in ieder geval nog in de buurt.”

Met een dikke pompoen voor zich probeert ze Marco’s achterdeur te openen. Hoewel ze Bert uitvoerig had bedankt voor het gebruik van zijn auto en hij op zijn beurt haar telkens probeerde te overtuigen dat hij amper had gemerkt dat de auto er niet was, zat het haar niet lekker en vond ze dat een kadootje het minst was wat ze kon doen om haar dankbaarheid te uiten.
In het mannenhuishouden werd er weinig aandacht geschonken aan decoraties maar met alle leuke herfstversieringen die ze overal zag had Tara het niet kunnen laten om de dikste pompoen mee te nemen die ze kon vinden.
Marco hoorde het gestommel aan de deur en schiet in de lach als hij haar ziet worstelen met de pompoen en de deur.
“Gaat het een beetje?”, gniffelt hij. “Wat kom je doen? Je rijtuig terugbrengen? De auto staat gewoon in de garage hoor”.
Tara werpt hem een quasi-boze blik toe. “Help liever even, dat ding is echt loodzwaar.”
“Ik heb er geen verstand van hoor maar als deze voor de sier is, hoort zo’n ding niet gewoon leuk bij de voordeur te staan?” zegt hij terwijl ze de enorme pompoen op het aanrecht legt.
“O, daar zeg je wat”, kreunt Tara. “Stom dat ik dat zelf niet heb bedacht.”
Ze schieten tegelijk in de lach.
“Maar even serieus, waar hebben we de eer aan te danken de grootste pompoen in de stad te mogen krijgen?”, vraagt hij met een serieuse stem die teniet gedaan wordt door zijn geamuseerde pretogen.
“Moet ik soms pompoensoep voor je klaarmaken? Daar heb je ook pompoen in blik voor, draagt een stuk eenvoudiger”, doet hij er een schepje bovenop.
Tara begint zich ongemakkelijk te voelen en krijgt steeds meer spijt van haar impulsieve aankoop.
“Sorry, het is ook helemaal niks voor mij om zonder nadenken iets te kopen maar ik dacht dat hij hier wel leuk zou staan..”
Marco buldert het nu uit van het lachen. “Het is inderdaad heel erg impulsief voor jouw doen, maar ik vind hem geweldig. Bert doet niets aan herfstversiering, of kerstversiering en al die andere dingen, dus ik ben er blij mee.”
Ze kijkt hem wantrouwend aan.
“Nee echt, serieus. Ik kan niet wachten tot ik deze kan omtoveren tot een kwaadaardige griezel.”
“Een ENORME kwaadaardige griezel”, voegt hij er aan toe en trekt zijn gezicht weer in een enorme grijns.
“Pfff, nou je moet hem zelf maar een plekje geven, ik sleep er geen centimeter meer mee. Wat eten we eigenlijk wel?”, probeert ze het onderwerp te wijzigen.
Voordat Marco kan antwoorden gaat de deurbel. Nu is het Tara’s beurt om in de lach te schieten. “Werkelijk? Pizza??”
Met een mysterieus lachje loopt Marco naar de deur. Het blijkt inderdaad de pizzabezorger te zijn en samen ploffen ze op de bank met een doos op schoot.
“Hm, heerlijk, je had het niet beter kunnen doen al was je een kok in een vijfsterrenrestaurant”, mompelt Tara met een mondvol pizza.

“Beter dan een koffie afspraakje met een dromenprofessor?” knipoogt hij.
Tara voelt dat ze een beetje begint te blozen. Zo had ze het nog niet bekeken. “Het was niet…”, begint ze zichzelf te verdedigen maar ziet dan de geamuseerde blik op Marco’s gezicht.
“Leuk hoor”, sneer t ze.
“Zonder gekheid, was het nog een beetje interessant wat die vent te vertellen had? Of ben je er niets wijzer van geworden?”
Tara knikt enthousiast. “Ja, het was verrassend interessant, ik wist niet dat er zoveel onderzoek gedaan wordt naar dromen. Vragen over mijn eigen dromen heeft hij niet echt kunnen beantwoorden maar ik heb zijn kaartje dus ik kan hem altijd nog bellen.”
Marco kijkt haar met een intense blik aan. “Ik zou zeker proberen uit te vinden wat die dromen te betekenen hebben.”
Tara knikt, ja, dat zou ze absoluut doen.

Hoofdstuk 4

“Ja, mam. Dat zal ik zeker doen”, belooft Tara. Het afgelopen half uur had ze bijgepraat met haar moeder.
Het nieuws over haar nieuwe baan was enthousiast ontvangen. Een paar keer had ze geprobeerd het onderwerp te wijzigen om er achter te komen hoe haar moeder zich voelde nu ze er alleen voor stond maar een duidelijk antwoord kreeg ze niet.
“Het gaat prima, de buren helpen me met de tuin.” en “Ik heb er een middagje bij in de bibliotheek.”, was de informatie die Tara kreeg. Ze had graag willen weten hoe haar moeder zich voelde in plaats van waar ze zich allemaal mee bezig hield maar blijkbaar was dat nog geen bespreekbaar onderwerp.
Terwijl ze nog een aantal goed bedoelde adviezen over haar nieuwe baan aanhoort vraagt ze zich af of ze het juist graag over gevoelens had willen praten omdat ze zelf graag wilde vertellen dat het haar nog zo’n pijn doet. Nu haar vader is overleden merkt ze pas hoe vaak ze haar ouders als referentiekader gebruikt in haar eigen leven.
Ze betrapt zich er vaak op dat gedachten als “dat zou papa niet verantwoord gevonden hebben” of “ze zouden trots op met zijn als ze het hadden gezien” door haar hoofd schieten. Voordat haar vader was overleden had ze er nooit bij stilgestaan maar nu volgt op dat soort gedachten meteen een bijgedachte “als hij er nog geweest was..”.
Ze glimlacht als ze het gesprek beëindigt. Haar moeder was erg blij voor haar en had vol interesse geluisterd naar het verloop van het sollicitatiegesprek. Samen hadden ze geamuseerd een paar misschien-ga-je-nog-wel.. scenario’s verzonnen. Het zou jammer zijn geweest om al die positiviteit te laten overschaduwen door het uitspreken van het gevoel van gemis. Het gesprek draaide al voldoende om haar.
Volgend weekend zou ze naar haar moeder gaan. Ze wilde helpen om wat laatste formaliteiten af te handelen en gewoon lekker op een vertrouwd plekje zijn. Dan zou ze ook vast een beter beeld krijgen over de manier waarop haar moeder het leven voortzet.
Tot haar verbazing gaat de deurbel. Het is nog niet heel laat in de avond maar normaal gesproken krijgt ze nooit onverwacht bezoek en al helemaal niet ‘s avonds.
Als ze de deur open doet wordt ze overspoeld door een zee van kleuren. Achter een enorme bos prachtige bloemen staat Roos.
“Hoi Tara, ik speel even voor bezorgdienst. Je hebt blijkbaar nogal indruk gemaakt op een zekere spreker.”, knipoogt ze.
Verbijsterd staart Tara naar de grote bos. “Voor mij?”, vraagt ze beduusd.
“Hij is afgegeven bij de boekwinkel omdat jouw meneer Bruyns niet weet waar je woont maar wel wist dat ik je goed genoeg ken om dat wèl te weten.”
Met het grote boeket in haar handen doet ze een paar stappen achteruit. “Kom binnen. Ik weet eigenlijk niet eens of ik wel een vaas heb voor zo’n enorm boeket!”
“O, je hebt toch zo’n waterkan op je aanrecht staan, dan doe je ze daar toch gewoon in.”, oppert Roos.
Inwendig lacht Tara zichzelf uit. “Stijve trut, waarom bedenk je zelf zulke dingen niet? Er zijn meer dingen met een bodem dan alleen een vaas.”
“Heb je hem nog gebeld om een nieuwe afspraak te maken?”
“Nee, ik heb me het wel voorgenomen maar het is er nog niet van gekomen.”
“Nou, je kunt er nu moeilijk meer omheen.”, grijnst Roos.
Tara lacht met haar mee. “Ja, dat zal zijn bedoeling ook wel zijn geweest denk ik. Ik zal hem morgen meteen bellen.”
“Ja, doe dat, dan kun je meteen uitvissen of hij er ook nog andere bedoelingen mee heeft.”
Geamuseerd kijkt Roos haar aan. “Of had je zelf nog niet aan die mogelijkheid gedacht?”
“Nou, eh, nee, eigenlijk niet. Dat zal toch niet? Vast niet. Hij is gewoon geïnteresseerd in mijn dromen, niet in mij.”
Terwijl ze het uitspreekt probeert ze driftig het opspringende fladdertje in haar buik te negeren. Het idee dat hij haar leuk vindt doet haar meer dan ze toe wil geven.
Nadat Roos weer is vertrokken en Tara na een heerlijk ontspannende douche zich tussen de lakens laat glijden houdt het haar zelfs nog even uit haar slaap. Zo nu en dan flitsen er grijze ogen door haar hoofd en hoort ze nog flarden van een warme stem.
Voor haar gevoel is het bijna ochtend als Tara wakker wordt met een dorstig gevoel. Zuchtend bedenkt ze dat ze beter even iets kan gaan drinken voordat ze nog een tijd wakker ligt met een droge mond.
Op het moment dat ze haar benen naast het bed zet verstijft ze. Ze laat haar ogen even aan het donker wennen om te kunnen onderscheiden waar ze bovenop staat. Het is minder licht in de kamer dan ze gewend is maar ze voelt toch heel duidelijk iets zachts onder haar voeten. Haar hart bonst in haar keel. Het kleedje…het kastje…en de deur met houten knop.
Ze doet haar uiterste best om niet aan het claustrofobische panieksgevoel toe te geven. “De deur gaat gewoon open. De deur gaat gewoon open.”, herhaalt ze in zichzelf.
Voorzichtig draait ze aan de houten knop. Even schrikt ze als de deur inderdaad moeiteloos open gaat.
Tara haalt diep adem. Ongemerkt had ze die ingehouden en haar hele lijf trilde van spanning.
“Rustig blijven Dunning.”, spreekt ze zichzelf toe. De deur van de slaapkamer komt uit in een korte gang. Aan het eind rechts ziet ze een vaag licht branden. Voorzichtig loopt ze over de houten vloer richting de openstaande deur. Terwijl ze met zichzelf overlegt of ze gewoon naar binnen zal gaan of dat ze eerst voorzichtig om de hoek van de deur zal gluren merkt ze dat ze niet in haar eigen pyjama loopt. Ze draagt een soort nachthemd van een lichte kleur stof tot over haar knieën. Terwijl ze zich daar over verbaasd is ze bij de deur belandt.
Ze zucht nog eens diep en gluurt voorzichtig naar binnen.
Het licht blijkt afkomstig te zijn van een lantaarn. De kamer waarin deze staat is niet groot. Aan de zijkant staat een éénpersoons bed en in het midden een eenvoudige kleine tafel waar de lantaarn op staat.
Terwijl ze probeert dit beeld een plek te geven en zich af vraagt waar ze is hoort ze voetstappen.
Verschrikt kijkt ze achterom. De gang die nogal kort leek bleek een bocht te maken die ze in het donker niet gezien had.
Plotseling lijkt het alsof ze door de lucht geslingerd wordt. Voordat Tara ook maar een gilletje van schrik kan slaken staat ze midden op zonovergoten gras. De logica die alleen dromen hebben kan ze niet zo snel verwerken. Haar hersenen proberen de overgang van het ene moment naar het andere te verklaren. Als verlamd staat ze daar. Ze probeert haar omgeving in zich op te nemen. Ineens ziet ze het. Ze staat een klein eindje van de heuvel af met de twee stenen. Vanaf waar ze staat kan ze zelfs de kommen onderscheiden aan de voet van de steen.
Verder rondkijkend ziet ze achter zich een klein huis. Of eigenlijk meer een hut, opgetrokken uit ruwe stukken steen met houten wanden . Met een onverklaarbare zekerheid weet ze dat zich in dat huis de slaapkamer bevindt met een kleedje naast het bed. Ze huivert, er staat een frisse wind. Nogmaals kijkt ze naar de hut. In de deuropening staat iemand.
Hijgend zit ze rechtop in bed. Haar hart klopt als een bezetene en ze zweet van top tot teen. Verwilderd kijkt Tara rond. Ja, haar eigen vertrouwde kamer. En het is licht. Opgelucht gaat ze op de rand van haar bed zitten en probeert haar ademhaling en hartslag enigszins onder controle te krijgen.
Ze heeft het gevoel dat ze heeft gerend voor haar leven en dat daarna iemand een emmer koud water over haar heen heeft gegooid. Ze rilt. Haar heerlijk zachte pyjama plakt aan haar lijf van zweet. Wrijvend over haar gezicht en haren probeert ze beelden van haar droom een plekje te geven en tegelijk zichzelf ervan te overtuigen dat ze weer gewoon in haar eigen veilige appartement is.
Met bevende knieën komt ze in beweging. Ze gaat koffie zetten. Geen haar op haar hoofd die er over peinst om nu nog weer te gaan slapen.
Om negen uur pakt ze de telefoon. Ze had de afgelopen uren voldoende tijd gestoken in het analyseren, nadenken, herbeleven en proberen haar gevoel een plaats te geven om er helemaal klaar mee te zijn. Ze had er genoeg van. De onzekerheid en onduidelijkheid dreven haar tot waanzin. Er moesten antwoorden komen, en wel nu.
Toch al gefrustreerd lijkt het wel alsof de telefoon minutenlang overgaat voordat deze beantwoord wordt. Net voordat ze op wil hangen hoort ze de warme stem van Ron.
“Je spreekt met Tara, stoor ik?”
“Tara? Nee hoor, natuurlijk niet. Ik had toch gezegd dat je me altijd mocht bellen?”
Hoewel hij blijkbaar wel wist wie hij aan de lijn had klonk hij nog wat afwezig.
“Wat kan ik voor je doen Tara?”
“De dromen, ik had er vannacht weer één. Ik zou zo graag weten waarom ik ze heb en vooral hoe ik er vanaf kom, ik wordt er knettergek van.”
Ron klinkt geamuseerd. “Gek? Welnee, je wordt niet zomaar gek. En dromen hebben altijd een betekenis. Het is gewoon een kwestie van kijken op de juiste manier.”
Tara zucht. “Ik heb de afgelopen uren mijn dromen van binnen en van buiten bekeken en ik kan er geen touw aan vast knopen. Ze zijn wel verschillend maar toch hetzelfde.”
“In welk opzicht?”
“Ik maak niet steeds hetzelfde mee maar volgens mij heeft elke droom te maken met de anderen. Ze geven me in ieder geval wel hetzelfde vervelende gevoel. Ik durf niet meer te gaan slapen.”
“Ik kan helaas vanochtend geen tijd voor je vrij maken. Heb je vanavond iets te doen?”
“Behalve zorgen dat ik niet in slaap val? Nee, eigenlijk niet.”
Ze spreken af elkaar ’s avonds weer tegenover de boekwinkel te ontmoeten. Enigszins opgelucht legt Tara de telefoon neer.
Eindelijk het gevoel dat ze de touwtjes weer een beetje in handen heeft. “Zodra ik weet waar de dromen vandaan komen kan ik de oorzaak wegnemen en eindelijk weer onbezorgd van mijn nachtrust genieten.
Ineens staat ze stil. Ze had hem niet eens bedankt voor de bloemen. Hij had er ook niets over gezegd. Wat stom! Tara kan zich wel voor haar hoofd slaan. Wat zou hij wel niet denken van haar?
Ze haalt een hand door haar haren. Wat als hij denkt dat ze alleen maar belde om een afspraakje te maken? Zou hij haar verhaal wel serieus nemen? De vorige keer had hij allerlei dingen gevraagd maar erg weinig verklaringen gegeven.
Met een kreun laat Tara zich op de leuning van de bank zakken. Waarom konden dingen nu niet gewoon eenvoudig zijn? Het leek wel alsof elke situatie waarin ze belandt een ingewikkelde wending neemt. Ze grijpt haar jas, ze moet er even uit.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s