Mijn bos

Ergens diep in het bos, daar staat mijn hut.

Dat is mijn plek, mijn rustoord.

Daar kan ik gaan

als ik even wil vluchten

van de werkelijkheid.

En dat wil ik…

Ik vlucht, ik ren, ik ga niet meer terug.

De wereld waarin ik heb geleefd laat ik achter.

Ga voortaan verder in mijn eigen tempo,

zonder alles te moeten,

voortdurend te presteren,

zonder het tempo van zogenaamde beschaving.

Afgelopen jaren was mijn hut een schuilplaats,

voor korte periodes.

Even bijtanken, en dan weer verder.

Maar vanaf nu is het helemaal mijn plek.

Vijf jaar geleden heb ik hem gevonden, mijn plek.

Ik fietste door het bos, zoals ik vaak deed.

Op een plek waar het een beetje glooit,

achter me de velden,

voor en naast me een overgang

van veld naar heide en struiken

als voorportaal van het heerlijke bos

stond een houten bord.

En op dat bord stond mijn nieuwe leven.

Het duurde niet lang, ik droomde al jaren

van een plek, tussen de bomen.

En vanaf het eerste moment dat ik er een stap zette

was het van mij, en ik van het bos.

Het voelde als thuiskomen, zoals nooit tevoren.

En nu zit ik hier, de boshut die in de afgelopen jaren

echt een huis is geworden.

Ontelbare keren heb ik zitten genieten

binnenpretjes omhoog laten borrelen

om mijn Sneeuwwitjeshut.

Met de uit veldkeien opgetrokken schoorsteen

voor het vuur, voor het hart.

Voor de warmte, sfeer en het voedsel.

Met de ramen, zorgvuldig bij elkaar gezocht,

niet allemaal even groot,

expres, omdat ikzelf ook niet perfect ben.

Muren van hout, leem en stro

vol met al mijn aandacht en liefde,

elke centimeter niet perfect

maar zoals het moet zijn.

De bron, mijn watertoevoer, dat is het enige

dat ik moest laten doen.

Wat deed het pijn, om vreemden

met logge machines

uit die andere wereld toe te laten.

Het voelde smerig, vervuild.

Maar zoals altijd

herstelt de natuur zich,

soms mooier dan voorheen.

En het geschonden, naakte gevoel

verdween ook bij mij.

Ik gooi nog een blok hout op het vuur.

Het is een mooie lentedag,

maar de zon zakt nog vroeg weg,

en laat mijn bos achter in schaduwen.

Ik verwelkom ze, geniet van de nieuwe kleuren

die het bos krijgt als het zich klaarmaakt

voor de nacht.

Roer nog even in mijn eten,

wacht tot hij ook terugkeert.

Ik weet dat hij komt..

vandaag..

Met een zekerheid

die onverklaarbaar is.

Het was niet zijn keuze

dus heb ik niet aangedrongen

alleen uitgelegd

dat het voor mij de enige manier is

om mijn geluk te vinden.

Het was het moeilijkste

dat ik ooit heb moeten doen.

Loslaten

in liefde.

Accepteren dat mijn keuze

niet de keuze van een ander hoeft te zijn.

Ook al is de ander

mijn wederhelft, mijn maatje.

Ik heb veel gevraagd

maar weet met elke vezel in mijn lichaam

dat wat we kunnen krijgen

zoveel beter is

dan alle toekomstdromen van voorheen.

En ook elke vezel van mijn lijf

weet dat hij er aan komt.

Misschien niet voor altijd

maar wel voor nu.

Ik laat me afleiden

door een eekhoorn

die zich door de bomen beweegt

met een magische snelheid.

Elk takje juist weet in te schatten,

evenwichtskunstenaar.

Terwijl mijn oog weer op mijn vuur valt

zie ik hem.

Onder een donkere den

verscholen in de schaduw

Weifelend,

en ondanks de afstand zie ik zijn ogen.

Alsof dat het teken is,

het signaal dat de betovering verbreekt.

Daar stapt hij uit de schaduw.

Ik heb me niet verroerd

mijn lichaam weigert te luisteren.

Teveel gedachten en gevoelens

razen door elkaar.

Pas als hij vlak voor me staat

kan ik het echt geloven.

Ik voel hem naast me staan.

Als in een droom

zakt hij door zijn knieën

en zegt:

“wat eten we?”

Die eenvoudige vraag

veegde de laatste twijfel van tafel.

Hij en ik

in ons eigen land.

 

Na zo’n tijd

van onzekerheid,

onuitgesproken afscheid

voelt het raar.

Het is oneindig vertrouwd

en toch zo onwennig.

We draaien wat om elkaar heen,

zo nu en dan een oogopslag

verraadt wat we beide denken

en voelen.

Onuitgesproken verwachtingen

laten de lucht knetteren.

Langzaam komen we dichterbij.

Zo nu en dan een aanraking,

een glimp van wat ooit was.

Ik twijfel

en zet de eerste stap,

vraag hem binnen.

Mijn hut,

mijn domein

lijkt te zijn gekrompen.

Zijn aanwezigheid is groots.

Weg van het vuur krijg ik spijt.

Ben bang dat ik heb verstoord

wat we aan het terugvinden waren.

Voel de kou van buiten

langzaam binnenin me doordringen.

Ik denk aan mijn bed

in de verste hoek van mijn domein.

Aan de warmte en de knusheid

van stapels kussens en dierenvellen.

Ik kijk hem diep in zijn ogen

en weet dat we beiden

weten waar we eindigen

maar niet weten

hoe we er moeten komen.

Ergens onderweg

is er een muur ontstaan

opgebouwd uit opofferingen

die nodig waren

voor ons samenzijn.

Zojuist bij het vuur

hebben we gesproken,

oppervlakkige woorden, aftastend.

Terwijl we beiden weten

dat zijn aanwezigheid

meer vertelt dan elk denkbaar woord

op deze aarde.

Ik pak zijn hand en zie

een traan in zijn ogen.

Een ogenblik slaat twijfel toe

maar in een oogwenk is deze weer verdwenen

want ik weet dat het

tranen zijn van opluchting,

druppen vol liefde.

Als in een droom neemt hij me in zijn armen.

Geeft me mijn warmte weer terug.

Golven van geluk overspoelen al mijn gedachten

vullen me van top tot teen met een onbeschrijflijk gevoel.

Een explosie van hartstochtelijk verlangen

vindt zijn weg, omhult ons

als een deken.

Brandt een merk van liefde in mijn ziel.

Langzaam laat ik me verkennen

jouw lippen zoeken,

vinden.

Sporen op mijn huid.

Mijn handen leiden een eigen leven.

Mijn lichaam zoekt wanhopig

naar zoveel mogelijk contact.

Langzaam laten we ons bewegen

richting de kussens op het bed.

Bij het kaarslicht lijkt het

alsof we elkaar voor het eerst aanschouwen.

Verwonderend besef dat perfectie in ons zit.

Mijn adem stokt als ik in zijn ogen kijk.

Een weerspiegeling van liefde en geluk.

We laten ons in de kussens zakken.

Ik klem me steeds dichter om hem heen.

Dit gevoel wil ik nooit meer loslaten.

De perfectheid van ons samenzijn.

Elke kus en elke streling is een ode aan elkaar.

De intimiteit is onbegrensd,

ik verlies mijn eigen lichaam

weet niet waar het mijne eindigt en het zijne begint.

Langzaam vloeien we in elkaar over.

Golvende lucht omhult ons in duizend kleuren,

geeft een warm gevoel.

 

Het eerste ochtendlicht

prikt in mijn ogen.

Er is iets veranderd

maar ik kan het even niet plaatsen.

Ineens besef ik me:

ik ben niet meer alleen.

Emoties overdonderen me,

ik wist niet dat ik me alleen had gevoeld

de afgelopen tijd.

Ineens  voel ik me kwetsbaar, flinterdun en erg breekbaar.

Ik draai me om en klamp me vast.

Mijn vraag wordt beantwoord met een warme omhelzing.

Langzaam stroomt de geruststelling door mijn lijf.

Hiervoor kon ik hem loslaten,

zijn eigen bestemming laten zoeken.

Nu weet ik dat ik dat nooit meer kan opbrengen,

ik laat hem niet meer gaan.

Ik kan niet meer zonder hem,

kan nooit meer alleen het leven onder ogen zien.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s